In deze verordening wordt verstaan onder:
Aanbieder:
De aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in de Telecommunicatiewet.
Andere inzamelaars:
De krachtens artikel 2, tweede lid, van de Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2021 aangewezen personen en instanties, belast met het afzonderlijk inzamelen van categorieën huishoudelijke afvalstoffen.
Adres:
Dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen.
Afgebakend terrein:
Artikelengroepen of branches:
Een terrein met een kunstmatige of natuurlijke afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten bevinden en dat betreedbaar en afsluitbaar is.
De door burgemeesters en wethouders vastgestelde goederen die op de markt worden aangeboden.
Bedrijfsafvalstoffen:
Afvalstoffen, met uitzondering van gevaarlijke afvalstoffen en nog niet ingezamelde of afgegeven huishoudelijke afvalstoffen.
Belanghebbendenplaats:
Een parkeerplaats die a. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of b. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd.
Bevoegd gezag:
Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet.
Beperkingen-gebiedactiviteit:
Hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet.
Bouwwerk:
Hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet.
Bromfiets:
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.
College:
Het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk.
Complex:
Geheel van bij elkaar horende gebouwen.
Convenant:
Het tussen de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Koninklijke TPG Post BV gesloten Kader Convenant en Nader Convenant inzake postcodes.
Dagplaats:
De standplaats2 die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen.
Dunning:
Kappen als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van een houtopstand.
Gebouw:
Gevoelige gebouwen:
Hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Handelsreclame:
Houder van een inrichting:
Iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.
Degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft.
Houtopstand:
Hakhout, een houtwal of een of meer bomen.
Huishoudelijke afvalstoffen:
Inrichting:
Huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Instemmingsbesluit:
Besluit van het college als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onder b, van de Telecommunicatiewet.
Inzameldienst:
De krachtens artikel 2, tweede lid, van de Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2021, aangewezen inzameldienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.
Inzamelen:
De activiteiten gericht op het ophalen of innemen van afvalstoffen die binnen de gemeente ter inzameling worden aangeboden en het feitelijk ophalen en innemen daarvan.
Kabels en leidingen:
Eén of meer kabels of leidingen, daaronder in ieder geval begrepen telecomkabels alsmede lege buizen, ondergrondse en bovengrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie.
Kampeermiddel:
Een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
Ligplaats:
Dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen.
Markt:
De door het college ingestelde warenmarkt.
Marktcommissie:
De commissie die het college adviseert inzake marktaangelegenheden.
Marktmeester:
De persoon die als zodanig is aangewezen door het college.
Motorvoertuigen:
Hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990; met uitzondering van motorfiets zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990 en de geldigheid van het kenteken van het motorvoertuig niet door de Rijksdienst Wegverkeer is geschorst.
NEN:
Norm die door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut is uitgegeven.
Netbeheerder:
Degene die als natuurlijk persoon handelende in de uitoefening van een beroep of bedrijf dan wel als rechtspersoon een net beheert. Onder netbeheerder wordt tevens verstaan een aanbieder.
Nummeraanduiding:
Door het college als zodanig toegekende aanduiding van een verblijfsobject, een standplaats, een ligplaats en een afgebakend terrein dat bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- en/of cijfercombinatie.
Object:
Een bouwwerk, gebouw, complex, afgebakend terrein, ligplaats of standplaats.
Omgevingsvergunning voor het bouwen:
Onversterkte muziek:
Vergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld inde bijlage, onder A, bij de Omgevingswet.
Muziek die niet elektronisch is versterkt.
Openbaar elektronisch communicatienetwerk:
Netwerk als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van de Telecommunicatiewet.
Openbaar water:
Wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn.
Openbare gronden:
Openbare gronden zoals bedoeld in artikel 1.1, onder a, van de Telecommunicatiewet.
Openbare plaats:
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties.
Openbare ruimte:
Dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen.
Pand:
Dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen.
Parkeerapparatuur:
Parkeerautomaten, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.
Parkeerapparatuurplaats:
Een parkeerplaats ten aanzien waarvan het parkeren geregeld wordt door parkeerapparatuur.
Parkeren:
Het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.
Rechthebbende:
Selectiecommissie:
Selectieprocedure:
Degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht.
De commissie die het college adviseert inzake de selectieprocedure.
Procedure waarbij de toewijzing van een vrijkomende vaste standplaats2 op de markt plaatsvindt.
Standplaats1:
Vanaf een vaste locatie te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen of aanbieden van diensten, gebruikmakend van fysieke middelen zoals een kraam, een wagen of een tafel.
Standplaats2:
De ruimte die voor de duur van de markt beschikbaar is voor houders van een marktvergunning.
Telecomkabel:
Een kabel als bedoeld in artikel 1.1, onder z, van de Telecommunicatiewet.
Ter inzameling aanbieden:
De wijze van overdragen van afvalstoffen aan een inzamelende persoon of instantie, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzamelende persoon of instantie geplaatste inzamelmiddelen of -voorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats.
Vaste-standplaatsvergunning:
Vergunning voor een standplaats2 voor de duur van 15 jaar voor het op de markt bedrijven van handel.
Vellen:
Venten:
Rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Het drijven van handel uit een klein voertuig, waarbij niet langer wordt stilgestaan dan voor het bedienen van de klanten nodig is.
Verblijfsobject:
Dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen.
Vergunninghouder:
De natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend.
Voertuig:
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens, en rolstoelen.
Weg:
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Werkzaamheden van niet ingrijpende aard:
Categorieën van werkzaamheden waarvoor geen instemmingsbesluit of vergunning noodzakelijk is, maar waarbij kan worden volstaan met een melding.
Wijk- en buurtindeling:
Een indeling van de gemeente in wijken en buurten conform de eisen die het CBS aan deze indeling verbindt.
Woonplaats:
Dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen.