Naar hoofdinhoud
1.. Voor ouders zonder recht op Kinderopvangtoeslag geldt een inkomensafhankelijke bijdrage per uur op basis van de ‘VNG adviestabel ouderbijdrage peuteropvang’ van het Rijk voor de eerste twee dagdelen. 2.. Ouders van een doelgroeppeuter ontvangen voor het derde en vierde dagdeel het subsidiabele uurtarief zonder betaling van de ouderbijdrage. 3.. Voor het toetsen of een peuter in aanmerking komt voor subsidie, dient de aanbieder vast te stellen of ouder recht heeft op kinderopvangtoeslag. Dit doet de aanbieder aan de hand van het ondertekende formulier ‘Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’. 4.. De hoogte van de in artikel 5 in lid 1 genoemde inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt door de aanbieder bepaald op basis van het verzamelinkomen van het voorgaande kalenderjaar volgens de Kinderopvangtoeslagtabel van het Rijk. Ten behoeve van de vaststelling van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage vragen de ouders een inkomensverklaring aan bij de Belastingdienst en leveren deze in bij de aanbieder. Indien een ouder door wijzigingen in de inkomens- of gezinssituatie in aanmerking komt voor kinderopvangtoeslag dient de ouder dit per omgaande te melden bij de aanbieder. De aanbieder past hierop het contract aan en verwerkt de wijziging in de verantwoording aan de gemeente. Wanneer een verlaging van het inkomen zodanig is dat ouder(s) in een lagere inkomenscategorie val(t)(len), kan de ouder een aanvraag tot herziening van de ouderbijdrage indienen bij de aanbieder. Hierbij dient de ouder de meest recente loongegevens, uitkeringsbeschikking of meest recente inkomensverklaring aan te leveren.

Rechtspraak bij dit artikel