Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › AFDELING 10.

Artikel 2.40

Speelautomaten

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening voor Rijswijk

1.. In dit artikel wordt verstaan onder: a.. Wet: de Wet op de kansspelen b.. speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet; c.. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet; d.. hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet; e.. laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet. 2.. In hoogdrempelige inrichtingen zijn ten hoogste drie speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten. 3.. In laagdrempelige inrichtingen zijn ten hoogste drie speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan. 4.. Voor een speelautomatenhal kan voor ten hoogste 135 speelautomaten vergunning worden verleend, met dien verstande dat het aantal kansspel-automaten maximaal 100 mag bedragen, en het aantal behendigheids-automaten maximaal 35.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel