Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Wat is OAB?

Onderdeel van Onderwijsachterstandenbeleid Soest 2024-2026

De gemeente ontvangt vanuit het Rijk een specifieke uitkering om onderwijsachterstanden te bestrijden. In de Wet Primair Onderwijs (WPO) zijn de wettelijke taken van gemeenten geformuleerd in de artikelen 158 t/160. De Onderwijsinspectie ziet toe of gemeenten en OAB-partners de wettelijke taken voldoende uitvoeren. OAB valt uiteen in de volgende onderdelen: 1. Voorschoolse Educatie (ve) is stimulering van de brede ontwikkeling met focus op taalontwikkeling van peuters (2,5- 4 jaar) en valt onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. Peuters en kleuters met een taal- en/of ontwikkelingsachterstand noemen we doelgroepkinderen voor de voor- en vroegschoolse educatie (vve). Vve-peuters gaan meer dagdelen naar de opvang dan niet vve-peuters. Als een organisatie ervoor kiest om een kinderopvanglocatie aan te merken als een ve-locatie, moet er gewerkt worden met een verrijkt (vve)-programma en worden er hogere eisen gesteld aan de pedagogisch medewerkers die voor de groep staan. Gemeenten moeten zorgen voor een kwalitatief goed ve-aanbod dat ook goed verspreid is binnen de gemeente. 2. Toeleiding en bereik ve gaat over het ondersteunen van ouders van geïndiceerde jonge kinderen om naar een ve-locatie toe te gaan. De gemeente is ervoor verantwoordelijk dat in afstemming met OAB-partners de juiste peuters aangewezen worden voor een verrijkt aanbod. We noemen dit het vaststellen van de doelgroepdefinitie. Vervolgens dient de gemeente ervoor te zorgen dat de ouders van deze peuters gestimuleerd en toegeleid worden naar een ve-locatie. In de praktijk wordt er meestal voor gekozen dat het consultatiebureau jonge kinderen vlak voor hun tweede verjaardag indiceert op (risico op) (taal)achterstand. Na deze indicering informeert het consultatiebureau ouders over de aanwezige ve-locaties. In sommige gemeenten wordt de toeleiding naar ve uitgebreid met aanvullende toeleidingsactiviteiten, bijvoorbeeld door wervingsactiviteiten via welzijnsactiviteiten of extra informatie in bibliotheken. 3. Vroegschoolse Educatie is stimulering van de brede ontwikkeling met focus op taalontwikkeling bij kleuters (4-6 jaar) en valt onder de verantwoordelijkheid van het basisonderwijs. Het onderwijs mag vroegschoolse educatie naar eigen inzicht inrichten. De Onderwijsinspectie controleert of vve-kleuters een rijk taalaanbod krijgen. De enige verantwoordelijkheid die gemeente en schoolbesturen samen hebben ten aanzien van vroegschoolse educatie is het maken en monitoren van de opbrengsten van vroegschoolse educatie (zogenaamde resultaatafspraken). 4. Doorgaande lijn vve is de manier waarop een logische, inhoudelijke leerlijn voor jonge kinderen tussen 2,5 en 6 jaar wordt georganiseerd door ve-locaties en basisscholen. Ook een goede overdracht van kindgegevens hoort hierbij. De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor de doorgaande lijn. Hierover maakt ze afspraken met in ieder geval de voorschoolse aanbieders en bij voorkeur ook met de basisscholen. 5. Taalstimulering in het basisonderwijs is inhoudelijk de verantwoordelijkheid van scholen. De overheid heeft hierbij bepaald dat gemeenten vanuit hun geoormerkte OAB-middelen financieel mogen bijdragen onder bepaalde voorwaarden. Dit zijn: De activiteit is taalstimulering voor kinderen met een taalachterstand in de Nederlandse taal. De activiteit moet uitgevoerd worden in een schoolse setting in of buiten schooltijd. Ouders geven expliciet toestemming voor deelname van hun kind aan de taalstimulerende activiteit. Verlengde schooldagen, zomerscholen en schakelklassen zijn veelvoorkomende taalactiviteiten die mede door gemeenten worden gefinancierd. 6. Overgang po-vo en taalstimulering in het vo is inhoudelijk de verantwoordelijkheid van po- en vo-scholen. Bepaalde vo-scholen ontvangen middelen voor een Leerplusarangement (vanaf 2024 omgevormd naar Onderwijskansenregeling voortgezet onderwijs), waar ze o.a. taalachterstanden mee dienen te bestrijden. 7. Afspraken over integratie, segregatie, toelatingsprocedure basisonderwijs en verdeling onderwijsachterstandsleerlingen zijn onderwerpen waarover minimaal jaarlijks overlegd moet worden tussen gemeente en schoolbestuurders po en vo en waarover men met elkaar afspraken moet maken.

Rechtspraak bij dit artikel