**1..** In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning voor een openbare inrichting geweigerd indien:
de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
de exploitant of de leidinggevende onder curatele staat;
één van de leidinggevende(n) de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;
redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften.
**2..** De burgemeester kan nadere regels stellen met betrekking tot hetgeen onder slecht levensgedrag, als bedoeld in het eerste lid, onder a, wordt verstaan.
**3..** Onverminderd hetgeen bepaald is in artikel 1:8, kan een vergunning voor een openbare inrichting worden geweigerd indien:
voor de openbare inrichting reeds eerder een vergunning is ingetrokken onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking van de vergunning;
voor de openbare inrichting reeds eerder een vergunning is ingetrokken op grond van artikel 2:28e, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking van de vergunning; of
de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 4.
Artikel 2:28d
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Twenterand 2023