In de regel gaan bestuursdwang en kostenverhaal samen. Uit de artikelen 5:24, derde lid, en 5:25 eerste en tweede lid, van de Awb volgt dat de last onder bestuursdwang aan de overtreder zo spoedig mogelijk (ingevolge art. 5:31, tweede lid, Awb) wordt bekend gemaakt en dat in de bestuursdwangbeschikking wordt aangezegd dat de kosten op die overtreder zullen worden verhaald, tenzij de kosten redelijkerwijs niet of niet geheel voor zijn last hoort te komen.
Artikel 5:25 zesde lid van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan de hoogte van de te verhalen kosten vaststelt. De gemeente heeft dus de vrijheid om het bedrag voor toepassing van spoedeisende bestuursdwang te bepalen, waarbij het te verhalen bedrag niet hoger mag zijn dan de maximaal gemaakte kosten. Onder de kosten worden begrepen de kosten verbonden aan de voorbereiding van bestuursdwang, voor zover deze kosten zijn gemaakt na het tijdstip waarop de eventuele begunstigingstermijn is verstreken. Daarnaast kunnen bijvoorbeeld kosten van schoonmaak worden doorberekend voor zover dat het directe of indirecte gevolg is van het overtreden voorschrift.
De verplichting tot betaling van de kosten wordt bij separate beschikking vastgesteld. In deze beschikking wordt in ieder geval het te betalen bedrag vermeld, en de termijn waarbinnen de betaling dient plaats te vinden. Deze beschikking is een besluit in de zin van de Awb, waar bezwaar en beroep voor open staat. Indien de overtreder niet betaalt, zal een aanmaning worden verstuurd, waar extra kosten voor worden doorberekend. De overtreder dient dan binnen twee weken te betalen. Wanneer ook dan niet wordt betaald kan een dwangbevel worden uitgevaardigd overeenkomstig de bepalingen in afdeling 4.4.4, bestuurlijke geldschulden van de Awb.
Artikel 4
Kostenverhaal
Onderdeel van BELEIDSREGELS HANDHAVING OP DE AFVALSTOFFENVERORDENING ZWIJNDRECHT 2023