**1..** De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruikmaakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
**2..** Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;
ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruik heeft afgestaan.
Ingeval er sprake is van het ter beschikking stellen van een perceel voor kortstondig volgtijdig gebruik, wordt als gebruiker aangemerkt degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.
**3..** De aanslagregel voor de afvalstoffenheffing wordt niet opgelegd als het leidt tot een onredelijke of onbillijke heffing. De beoordeling hiervan vindt plaats door de heffingsambtenaar.
Hoofdstuk
Artikel 4
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2024