Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Belastbaar feit en belastingplicht

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing Noordenveld 2024

De belasting wordt geheven van gebruiker van een perceel van waaruit water of direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt. Met betrekking tot de belasting wordt: gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Indien het perceel bij het begin van de belastingplicht of gedurende het belastingjaar geen gebruiker kent, wordt de van de gebruiker te heffen rioolheffing als genoemd in de artikelen 6.1 en 6.2 geheven van de eigenaar. Voor de toepassing van het derde lid wordt als eigenaar aangemerkt degene die bij het begin van de belastingplicht als zodanig in de basisregistratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel