Naar hoofdinhoud
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in drie gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. Elk van de volgende termijnen vervalt steeds een maand later. In afwijking in zoverre van het eerste lid van dit artikel geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer is dan € 50,-- maar minder is dan € 5.000,--, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke maandelijkse termijnen waarvan de eerste één maand na dagtekening van het aanslagbiljet vervalt, of in zoveel gelijke maandelijkse termijnen als er in het kalenderjaar nog overblijven na de aanvraag voor automatische incasso. De maand van aanvraag telt mee indien de aanvraag vóór de 20ste van deze maand is ingediend. In afwijking van het eerste lid en met inachtneming van artikel 10 lid 2 geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen gelijk is of minder is dan € 50,-- of gelijk is aan of meer is dan € 5.000,--, dat de aanslagen moeten worden betaald in één termijn die vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel