Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Inschakeling van een adviseur of adviescommissie

Onderdeel van Verordening nadeelcompensatie gemeente Noordenveld 2024

Het bestuursorgaan wint slechts advies in bij een adviseur of adviescommissie voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen. Een adviseur of adviescommissie kan worden benoemd of ingesteld als: vaste adviseur of adviescommissie, waarbij de adviseur of de leden van de adviescommissie door burgemeester en wethouders voor een termijn van maximaal vier jaar worden benoemd met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of tijdelijke adviseur of adviescommissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen, waarbij de adviseur of de adviescommissie wordt benoemd door het bestuursorgaan dat de aanvragen behandelt. Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als: de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door een bestuursorgaan van de gemeente Noordenveld genomen besluit of verrichte handeling; de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht; de toe te kennen schadevergoeding naar verwachting van het bestuursorgaan kennelijk minder bedraagt dan € 500,- voor natuurlijke personen en € 1.000,- voor rechtspersonen; naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. Het besluit om de aanvraag af te wijzen zonder inschakeling van een adviseur of adviescommissie wordt genomen binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag, onderscheidenlijk binnen acht weken nadat de termijn verstreken is gedurende welke de aanvrager de aanvraag kon aanvullen. Het college mag de bedragen genoemd in het derde lid, onder d van dit artikel jaarlijks per 1 januari, voor het eerst per 1 januari 2025, herzien aan de hand van de CBS consumentenprijsindex alle huishoudens, reeks 2015=100.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel