Naar hoofdinhoud
Voor de subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel a komen uitsluitend natuurlijke personen die eigenaar en bewoner zijn van een als woning gebruikte en geregistreerde onroerende zaak in aanmerking, mits: het huishouden van de eigenaar-bewoner gedurende het jaar voorafgaand aan het moment waarop de aanvraag is ingediend een gezamenlijk inkomen heeft dat niet hoger is dan 125% van het minimumloon; of de eigenaar-bewoner waarvan het gezamenlijke inkomen van het huishouden boven de inkomensgrens als bedoeld in onderdeel a ligt, in een Wsnp- of Msnp-traject zit waarbij het besteedbaar inkomen na aflossing gelijk of lager is dan 125% van het minimumloon. Voor de subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel b komen uitsluitend natuurlijke personen die eigenaar en bewoner zijn van een als woning gebruikte en geregistreerde onroerende zaak in aanmerking, mits de woning van de aanvrager in het peiljaar 2023 een WOZ-waarde heeft van maximaal € 249.000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel