Ten aanzien van de in artikel 2 genoemde belastingen wordt aan het dagelijks bestuur van de BsGW mandaat verleend tot:
het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van een belastingaanslag als bedoeld in artikel 255, vijfde lid, van de Gemeentewet;
toepassing geven aan de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 63 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van een bij beschikking opgelegde boete (verhoging) als bedoeld in artikel 66 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.