De Wmo 2015 heeft tot doel om cliënten te laten participeren in de samenleving. We onderscheiden de volgende terreinen waarop beperkingen worden gemeten:
zelfredzaamheid (in staat tot bewegen en verplaatsen, communicatie, het nemen van besluiten, oplossen van problemen, algemene dagelijkse levensverrichtingen, dagelijkse routine kunnen organiseren, geld beheren, administratie etc.);
gedragsproblemen (destructief gedrag, dwangmatig gedrag, lichamelijk en/of verbaal agressief, seksueel overschrijdend gedrag etc.);
psychisch functioneren (concentratie, geheugen en denken, perceptie van de omgeving);
oriëntatie stoornissen (oriëntatie in tijd, plaats en persoon)
Ten aanzien van elke hulpvraag geldt hetzelfde algemene afwegingskader (zie 2.2 Algemeen afwegingskader).
Deze nadere en beleidsregels hebben als doel om de uitkomsten van het onderzoek zoals bedoeld in artikel 2.3.2 van de Wmo 2015, te objectiveren. Tegelijkertijd bieden de nadere en beleidsregels ruimte tot maatwerk. Dat betekent automatisch dat gelijke gevallen leiden tot een gelijke uitkomst en dat ongelijke gevallen leiden tot een ongelijke uitkomst.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.1
Doel
Onderdeel van Nadere en beleidsregels 2024 Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerwolde