De huidige aanpak is gericht op de begeleiding en bestrijding van woonoverlast. Daarbij wordt een oplossingsgerichte aanpak gehanteerd. Signalen van overlast komen over het algemeen binnen bij de wijkagent of via de gemeente. Vervolgens worden deze besproken in het buurtnetwerk en gaan de ketenpartners er gezamenlijk mee aan de slag. Als blijkt dat het een complexe casus is of als er sprake is van ernstige woonoverlast, wordt het Zorg- en Veiligheidshuis benaderd.
Wanneer de ernstige woonoverlast niet met een ander doel beëindigd kan worden kan de burgemeester besluiten om een gedragsaanwijzing op te leggen. Voordat de burgemeester besluit om een gedragsaanwijzing op te leggen, moet aangetoond worden dat er sprake is van ernstige en herhaaldelijke hinder die niet op een andere manier kan worden tegengegaan.
Voor het vormen van een dossier is het van belang dat relevante informatie door de ketenpartners met elkaar wordt gedeeld. De informatie die wordt gedeeld binnen de kaders van deze beleidsregel heeft tot gemeenschappelijk doel het beëindigen van de ernstige en herhaaldelijke hinder van woonoverlast teneinde het woongenot van alle betrokken partijen te verbeteren of te herstellen. Binnen de samenwerking wordt alleen informatie gedeeld die benodigd is om bovenstaande doelstelling te behalen.