Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.4

Kwetsbaarheid van gebouwen en locaties nabij milieubelastende activiteiten met externe veiligheidsrisico’s

Onderdeel van Programma Externe veiligheid gemeente Cranendonck

Een gebouw wordt als zeer kwetsbaar aangemerkt als er personen in verblijven die zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen bijvoorbeeld een kinderdagverblijf of verzorgingstehuizen. Op het moment dat er locaties voor zeer kwetsbare gebouwen in het brand- of explosieaandachtsgebied worden gerealiseerd moet dit gebied aangewezen worden als voorschriftengebied. Automatisch gelden dan de aanvullende bouweisen uit artikel 4.90 tot en met 4.96 van het Bbl dan wel gelijkwaardige maatregelen. Deze aanvullende bouweisen gelden alleen in het geval van (vervangende) nieuwbouw. De beleidskeuze van de gemeente Cranendonck is om geen nieuwe zeer kwetsbare gebouwen toe te staan in een brand- of explosieaandachtsgebied. Daarnaast moet er een voldoende bescherming worden gerealiseerd volgens het verantwoordingskader in hoofdstuk 5. Zeer kwetsbare gebouwen in aandachtsgebieden worden beschouwd als onnodig onveilig, omdat de gevolgen ernstig kunnen zijn als mensen zichzelf niet op tijd in veiligheid kunnen brengen bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Bovendien is het niet in overeenstemming met de kernwaarden van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) (zie website van de VBRZO onderwerp omgevingsvisie kernwaarden11 De kernwaarden vormen input voor de omgevingskwaliteit ‘veilige fysieke leefomgeving’. Het zijn (ontwerp)principes of de kaders waarmee de fysieke leefomgeving zo veilig mogelijk kan worden ingericht. In het Omgevingsplan kunnen daar vervolgens planregels en omgevingswaarden aan gekoppeld worden. Op deze manier wordt veiligheid een thema waarover aan de voorkant wordt nagedacht.) . Zeer kwetsbare gebouwen zijn wel toegestaan in het gifwolkaandachtsgebied gezien de grootte van dit gebied, mogelijke scenario’s en daarbij behorende beschermingsmaatregelen. Daarnaast dient te allen tijde de risicocommunicatie in orde te zijn op het moment dat er zeer kwetsbare gebouwen worden gerealiseerd in gifwolkaandachtsgebieden Om een afwegingskader voor de gemeente te bieden om personen op (beperkt) kwetsbare locaties binnen aandachtsgebieden te beschermen, wordt verwezen naar het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5. Mogelijke ontwikkellocaties voor (nieuwe) zeer kwetsbare gebouwen bevinden zich voornamelijk in de gebiedstypes Risicoluw. (Nieuwe) activiteiten met externe veiligheidsrisico’s zijn hier niet toegestaan, waardoor er in de toekomstige geen mogelijkheid bestaat dat deze zeer kwetsbare gebouwen in (nieuwe) aandachtsgebieden komen te liggen. Daarnaast geeft ook het gebiedstype ‘Buitengebied’ ruimte om initiatieven voor (zeer) kwetsbare gebouwen, bijvoorbeeld zorgboerderijen. Gezien het gemêleerde karakter van het buitengebied vindt hier een menging van functies plaats. In deze gebiedstype is er zowel ruimte voor MBA’s met externe veiligheidsrisico’s als (zeer) kwetsbare gebouwen. Voorwaarden bij het realiseren van zeer kwetsbare gebouwen in het buitengebied is dat de locatie niet gelegen mag zijn binnen een aandachtsgebied van een MBA met externe veiligheidsrisico’s. Een mogelijk knelpunt in de gemeente bevindt zich in het dorp Maarheeze. Aan de westzijde loopt de Rijksweg A2 met zowel het brandaandachtsgebied als het explosieaandachtsgebied gelegen over de woonkern. Daarnaast loopt ook het spoortraject Eindhoven-Weert dwars door het dorp Maarheeze. Hierdoor ligt een gedeelte van het dorp in een brand- en explosieaandachtsgebied. Net zoals veel gemeenten in de regio heeft de gemeente Cranendonck ook een grote woningbouwopgave. De gemeente Cranendonck wil locaties in de buurt van de A2 niet uitsluiten van de woningbouwopgave of voor het realiseren van locaties waar (lokale) verminderd zelfredzame personen kunnen vestigen. Voor het realiseren van zeer kwetsbare gebouwen in deze gebieden dient eerst gekeken te worden naar de mogelijkheden buiten de aandachtsgebieden. Voor het realiseren van (beperkt) kwetsbare gebouwen of locaties geldt dat dit wel is toegestaan in de aandachtsgebieden, indien dit op een veilige manier kan worden ingericht. De afstand tot een MBA met externe veiligheidsrisico’s dient men zo groot als mogelijk te houden. Ook dient te allen tijde verantwoord te worden dat dit voldoende veilig wordt gerealiseerd. Hiervoor dient het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5 gehanteerd te worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel