Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.2

Bedrijventerrein Intensief

Onderdeel van Programma Externe veiligheid gemeente Cranendonck

Beleidskeuzes voor Bedrijventerrein Intensief ten aanzien van Nieuwe activiteiten en uitbreiding van bestaande activiteiten met externe veiligheidsrisico’s Nieuwe gebouwen en locaties buiten (brand- of explosie) aandachtsgebieden Nieuwe gebouwen en locaties binnen (brand- of explosie) aandachtsgebieden Met externe veiligheidsrisico’s Seveso-bedrijven Zeer kwetsbare gebouwen Kwetsbare gebouwen en locaties Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties Zeer kwetsbare gebouwen Kwetsbare gebouwen en locaties Beperkt kwetsbare gebouwen en locaties Ja, mits Niet toegestaan Niet toegestaan Niet toegestaan Ja Niet toegestaan Niet toegestaan Ja, mits Nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s met brand- en/of explosieaandachtsgebieden niet over risicoluwgebied De PR 10-6 contour binnen de eigen perceelgrens, dan wel over locaties waar geen BKG,KG,ZKG en BKL en KL zijn toegestaan/gevestigd Er een passende bescherming wordt gerealiseerd op basis van het verantwoordingskader. Bedrijventerrein Intensief zijn binnen de gemeente Cranendonck, gezien vanuit het oogpunt van externe veiligheid, aangewezen voor de vestiging van MBA’s met externe veiligheidsrisico’s. Hier bevinden mogen bedrijven vestigen die werken met gevaarlijke stoffen of andere activiteiten die aangewezen staan in bijlage VII van het BKL. Deze MBA’s met externe veiligheidsrisico’s kennen vaak een PR 10-6 -contour en ook een of meerdere aandachtsgebieden. Via het vergunningenstelsel worden de plaatsgebonden risicocontouren beperkt en vervolgens vastgelegd om de ruimte op de industrieterreinen zo goed mogelijk te kunnen benutten. Binnen dit gebiedstype mogen zowel bestaande (risicovolle) activiteiten uitbreiden en ook mogen hier eveneens nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s zich hier vestigen. Clustering van risicobedrijven ligt daarom voor de hand. Bestaande bedrijfswoningen blijven gehandhaafd. Ook zijn nieuwe woningen of andere kwetsbare gebouwen niet toegestaan. Nieuwe zeer kwetsbare gebouwen zijn niet toegestaan. Door MBA’s met externe veiligheidsrisico’s binnen dit gebiedstype te concentreren wordt zoveel mogelijk voorkomen dat op meer plaatsen binnen de gemeente met grens- en richtwaarden rekening moet worden gehouden. Hierdoor is de kans dat er (zeer) kwetsbare gebouwen binnen aandachtsgebieden komen te liggen zo klein mogelijk. Mede daarom wordt vestiging nabij risicovolle infrastructuur ook zoveel mogelijk gestimuleerd. Om de grotere risico’s als gevolg van clustering te verantwoorden, wordt de omgeving actief geïnformeerd over de risico’s. Hulpdiensten richten zich voor deze gebieden op de optimalisatie van rampenbestrijdingsplannen. Goede voorzieningen, zoals bereikbaarheid, ontsluiting en bluswatervoorzieningen zijn hierbij volledig uitgewerkt en up-to-date. Bij het realiseren van nieuwe MBA’s met externe veiligheidsrisico’s dient ook binnen dit gebiedstype het verantwoordingskader uit hoofdstuk 5 doorlopen te worden.

Rechtspraak bij dit artikel