**1..** Indien uit het in artikel 10:4, eerste lid, bedoelde compensatieplan blijkt dat er sprake is van (a) verlies van oppervlakte aan natuur, (b) aantasting van de kwaliteit van natuur en/of (c) verlies of aantasting van biotopen voor aandachtssoorten, wordt de compensatie vastgesteld met inachtneming van de volgende criteria:
als natuurwaarden binnen 25 jaren vervangen kunnen worden, dient 100% van de oppervlakte gecompenseerd te worden en 50% financiële toeslag voor het verlies van kwaliteit (ten behoeve van het aanloopbeheer);
als natuurwaarden binnen een periode van 25 tot 100 jaren vervangen kunnen worden, dient 100% van de oppervlakte gecompenseerd te worden en 100% financiële toeslag voor het verlies van kwaliteit (ten behoeve van het aanloopbeheer);
als natuurwaarden niet binnen een periode van 100 jaren vervangen kunnen worden, is compensatie slechts in zeer uitzonderlijke situaties mogelijk. Dan geldt naast een compensatie van 100% voor het verlies van de oppervlakte minimaal een financiële toeslag van 200% voor het verlies van kwaliteit. (wordt in principe geen medewerking aan verleend. In geval van onontkoombaar maatschappelijk belang, wordt van geval tot geval bepaald welke norm voor compensatie redelijk wordt geacht).
**2..** Artikel 10:5, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK
Artikel 10:6
Compensatie natuur
Onderdeel van Verordening Leefomgeving Midden-Drenthe 2024