In deze afdeling wordt verstaan onder:
afzetten: het op een zodanige wijze kappen van een houtopstand dat deze opnieuw kan uitlopen;
bebouwingscontour houtkap: de op grond van artikel 5.165b Bkl vastgestelde bebouwingscontour houtkap;
Bomen Effect Analyse (BEA): een beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een houtopstand op basis van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen;
boom: houtige beplanting op een stam, die zich vertakt zich op enige hoogte en vrij kan uitgroeien tot enige hoogte:
boomwaarde: de in geld uitgedrukte waarde van een houtopstand zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen, zoals deze is vastgesteld door het college dan wel een externe beëdigde bomentaxateur;
compensatiefonds: door de gemeente Midden-Drenthe gereserveerde gelden uit compensatie, die besteed dienen te worden aan nieuwe houtopstanden en/of natuur;
dode boom: een boom die geheel afgestorven is;
dunnen: het periodiek vellen van houtopstanden ter bevordering van de groei en vitaliteit van de overblijvende houtopstand;
haag/heg: een houtig gewas dat zich vanaf de grond op een fijnere manier vertakt dan een boom, in rijen is geplant, en in de regel dient als versiering, omheining of afscheiding, en die al dan niet periodiek in een gewenste vorm wordt geknipt of geschoren;
hakhout/geriefhout: één of meer bomen of boomvormers waarvan het periodiek snoeien of afzetten tot doel heeft vitale loten te oogsten voor geriefwerk en ander gerief;
herplantplicht: de verplichting tot het herbeplanten van een nieuwe houtopstand ter vervanging van een verwijderde houtopstand;
houtopstand: zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, hetgeen een solitaire boom kan zijn, maar ook een haag, houtwal, singel, lintbegroeiing, tuin- of parkbegroeiing of bosplantsoen, of onderdelen of combinaties daarvan;
kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van een houtopstand, waarbij er een stobbe overblijft;
rooien: het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van een houtopstand;
verplanten: een vorm van rooien, waarbij de betreffende houtopstand elders wordt herplant;
struik/heester: een houtige plant, die zich onmiddellijk boven of in de grond vertakt in een aantal takken, die meer of minder dik kunnen worden;
vellen: rooien, kappen, dunnen, afzetten, verplanten, vormsnoeien (indien dit nog niet eerder heeft plaatsgevonden) of verrichten van andere handelingen aan de houtopstand of in de directe omgeving daarvan, zowel boven- als ondergronds, die naar het oordeel van het college middellijk of onmiddellijk de dood, ernstige beschadiging, aantasting van de gezondheid, verkorting van de levensverwachting of ontsiering van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben, waaronder het aanbrengen van verharding, het verdichten van de bodem onder de kruin van de boom, het beschadigen van wortels, het afgraven en opbrengen van grond, en het in de bodem brengen van voor de houtopstand schadelijke stoffen;
vervangingswaarde: de waarde berekend uit een optelling van alle kosten om de houtopstand op dezelfde locatie door een vergelijkbaar exemplaar te vervangen;
vormsnoeien, knotten, kandelaberen: het ingrijpend snoeien van vrij uitgegroeide kronen, als de boom vanouds niet vormgesnoeid, gekandelaberd dan wel geknot is;
waardevolle boom: gemeentelijke of particuliere monumentale, toekomstig monumentale, herdenkings- of dendrologisch waardevolle bomen en andere houtopstanden;
waardevolle bomenlijst: een door het college vastgestelde lijst met waardevolle bomen en andere houtopstanden;
zieke boom: een boom die volgens een Visual Tree Assessment (VTA)-inspectie door ziekte, waaronder schimmelaantasting, een gevaar voor de omgeving is of kan worden.
HOOFDSTUK › paragraaf 1
Artikel 2:1
Definities
Onderdeel van Verordening Leefomgeving Midden-Drenthe 2024