In deze afdeling wordt verstaan onder:
dierenverblijf: gebouw, met inbegrip van de verharde uitloop, voor het houden van landbouwhuisdieren;
geurgevoelig object: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt;
veehouderij: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals deze gold onmiddellijk voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, aangewezen categorie behoort en is bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren;
kaart: de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaartbijlagen.
HOOFDSTUK › Paragraaf
Artikel 3:3
Begripsbepaling
Onderdeel van Verordening Leefomgeving Midden-Drenthe 2024