Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is voor bodembedreigende activiteiten (onder de Omgevingswet aangeduid als ‘milieubelastende activiteiten’) in het Besluit activiteiten leefomgeving, in tegenstelling tot het Activiteitenbesluit, geen nulsituatie-onderzoek meer verplicht. Het nulsituatie-onderzoek bij de start van een activiteit is geen milieubeschermende maatregel, maar een grondslag voor een eindsituatie-onderzoek. Hiermee kan het bevoegd gezag toetsen of door de milieubelastende activiteit, de bodem is verontreinigd.
Alleen als een gemeente heeft voorgeschreven dat een nulsituatie-onderzoek verplicht is bij een milieubelastende activiteit, dan moet dit worden uitgevoerd. Ook kan op vrijwillige basis een nulsituatie-onderzoek worden uitgevoerd, ter ondersteuning van het (later uit te voeren) eindsituatie-onderzoek. Voor activiteiten waarop de Europese Richtlijn industriële emissies het milieubeschermingsbeginsel van "Integrated Pollution Prevention and Control" (IPPC) van toepassing is, blijft volgens de Europese Richtlijn industriële emissies (art. 22) het nulsituatie-onderzoek verplicht. Het bevoegd gezag moet deze opnemen in de omgevingsvergunning.
Het eindsituatie-onderzoek is verplicht. Het eindsituatie-onderzoek hangt samen met de beëindiging van de activiteit. Per activiteit wordt aangegeven of bij beëindiging een eindsituatie-onderzoek nodig is.
Als er geen nulsituatie-onderzoek is uitgevoerd, wordt het eindonderzoek getoetst aan de ontgravingskwaliteit van de betreffende bodemkwaliteitszone (zie tabel 2.1 en bijlage 3), of aan de Achtergrondwaarde (AW2000) als de ontgravingskwaliteit van de betreffende bodemkwaliteitszone in de klasse ‘Landbouw/natuur’ valt.
De bodemkwaliteitskaart zelf mag nooit in de plaats van een nul- of eindsituatie-onderzoek worden gebruikt.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.19
Artikel 4.19.2
ONDER DE OMGEVINGSWET
Onderdeel van Nota bodembeheer en oplegnotitie 2023-2033