Onderbouwing Lokale Maximale Waarden
In het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3)[15][16] zorgen organochloorbestrijdingsmiddelen (chloordaan, drins (som 3), β-HCH en heptachloorepoxide) ervoor dat de grond in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2 meter diepte, gemiddeld in de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ valt. De kans op het voorkomen van grond die leidt tot een overschrijding van het saneringscriterium (Wet bodembescherming) is dus nihil.
Op basis van de beschikbare gegevens voor chloordaan, drins (som 3), β-HCH en heptachloorepoxide zijn er geen gezondheidsrisico’s te verwachten als grond, waarin licht verhoogde gehalten met deze stoffen voorkomen, in het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) wordt hergebruikt. Hieronder wordt dit onderbouwd.
Chloordaan
De humaan toxicologische maximale waarde voor chloordaan bedraagt 9 mg/kg ds6Voor chloordaan is geen humaan toxicologische maximale waarden gegeven in het rapport 711701053 van het RIVM[20]. Voor deze stoffen zijn de humaan toxicologische maximale waarden in CSOIL (versie 1, november 2008) berekend door het invoeren van een waarde die de helft bedraagt van het Maximaal Toelaatbaar Risico. Hiermee bedraagt de achtergrondblootstelling maximaal 50% van het Maximaal Toelaatbaar Risico.. De interventiewaarde voor chloordaan bedraagt 4 mg/kg ds. Het maximaal vastgestelde gehalte van chloordaan in het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) bedraagt 0,1606 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico zijn te verwachten door blootstelling aan chloordaan. Het maximaal vastgestelde gehalte van chloordaan ligt dus ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 56) en de interventiewaarde (factor 25).
Drins (som 3)
De interventiewaarde voor de som drins bedraagt 4 mg/kg ds. De humaan toxicologische maximale waarde voor drins bedraagt 21 mg/kg ds[20] (scenario ‘Speelplaats met kinderen’) en 0,2 mg/kg ds[20] (scenario ‘Speelplaats met kinderen’ en scenario ‘Wonen met tuin’ zonder consumptie van zelf geteelde gewassen). De gezondheidsrisico bij drins wordt met name bepaald door de consumptie van zelf geteelde gewassen en de concentratie aldrin.
Het maximaal gehalte van drins is vastgesteld op 0,4305 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Uit de beschikbare analyseresultaten voor deze bodemkwaliteitskaart blijkt dat het maximaal gemeten gehalte van aldrin gelijk is aan 32,5 μg/kg ds, dus 0,0325 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico zijn te verwachten door blootstelling aan aldrin. De gehalten van aldrin hebben geen invloed op de vastgestelde gehalten van drins. Het maximaal vastgestelde gehalte van aldrin ligt ruim onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 6). Daarnaast ligt het maximaal vastgestelde gehalte van drins (0,4305 mg/kg ds; gestandaardiseerd) ver onder de humaan toxicologische maximale waarde -meest gevoelig scenario ‘wonen met tuin’- voor dieldrin (5,5 mg kg ds[20]; factor 13) en die van endrin (13 mg/kg ds[20]; factor 30).
β-HCH
De belangrijkste blootstellingsroutes zijn gewasopname (63%) en inhalatie binnenlucht (21%). De humaan toxicologische maximale waarde voor β-HCH bedraag 0,77 mg/kg ds[20].
Het maximaal vastgestelde gehalte van β-HCH in het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) bedraagt 0,0092 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico valt te verwachten door blootstelling aan β-HCH. Het maximaal vastgestelde gehalte van
β-HCH ligt ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 84), de interventiewaarde (1,6 mg/kg ds; factor 174) en de maximale waarde voor de functie Industrie (0,5 mg/kg ds; factor 54).
Heptachloorepoxide
De belangrijkste blootstellingsroutes zijn gewasopname (79%) en inhalatie binnenlucht (18%). De humaan toxicologische maximale waarde voor heptachloorepoxide bedraagt 7 mg/kg ds7Voor heptachloorepoxide is geen humaan toxicologische maximale waarden gegeven in het rapport 711701053 van het RIVM[20]. Voor deze stof is de humaan toxicologische maximale waarden in CSOIL (versie 1, november 2008) berekend door het invoeren van een waarde die de helft bedraagt van het Maximaal Toelaatbaar Risico. Hiermee bedraagt de achtergrondblootstelling maximaal 50% van het Maximaal Toelaatbaar Risico..
Het maximaal vastgestelde gehalte van heptachloorepoxide in het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) bedraagt 0,0188 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico valt te verwachten door blootstelling aan heptachloorepoxide. Het maximaal vastgestelde gehalte van heptachloorepoxide ligt ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 372), de interventiewaarde (4 mg/kg ds; factor 213) en ruim onder de maximale waarde voor de functie Industrie (0,1 mg/kg ds; factor 5).
Definiëren Lokale Maximale Waarden
De gemeente Noordwijk wil de nu beperkte toepassingsmogelijkheden van gebiedseigen grond vanaf en binnen het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) vergroten. Vanwege het ontbreken van risico’s voor mens, staat de gemeente toe dat gebiedseigen grond die voldoet aan de onderstaande Lokale Maximale Waarden in het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) worden hergebruikt (zie tabel 4.1).
Voor de overige stoffen moet worden voldaan aan de generieke toepassingseisen ‘kwaliteitsklasse Wonen’ (zie de kaartbijlage N5).
De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingseisen (zie § 4.6, tabel 4.8, blz. 57/98). Ook gelden nog eisen ten aanzien van bijmenging van bodemvreemd materiaal en asbest (zie § 4.4 en § 4.5).
NB.Hoewel gestreefd wordt naar een gesloten grondbalans, kan zich desondanks de situatie voordoen dat grond moet worden aangevoerd van buiten het plangebied Offem-Zuid (fase1 en 3). Grond van buiten het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) moet voldoen aan de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (toepassingseis generiek kader van het Besluit (zie de kaartbijlagen N5). De kwaliteit moet zijn aangetoond door een partijkeuring (zie § 6.2.1), een geaccepteerde bodemkwaliteitskaart (zie § 4.2) en/of een indicatief onderzoek als de grond afkomstig is van een (voormalig) tuinbouw- en akkerbouwperceel (zie § 4.3.7.7 en § 6.2.1).
Tabel 4.1: Lokale Maximale Waarden plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3)
Stof
Maximaal vastgesteld gehalte
Maximale Waarde voor Industrie
Interventie-waarde
Humaan Toxicologische Maximale Waarde
Lokale Maximale Waarde
Referentie
(in mg/kg ds voor standaardbodem: 25% lutum en 10% organisch stof)
Chloordaan
0,1606
0,1
4
9
4
Interventiewaarde
Drins (som 3)
Aldrin
Dieldrin
Endrin
0,4305
0,0325
0,46
0,0035
0,14
4
0,32
-
-
0,2*/21**
0,2*/21**
5,5*/39**
13*/100**
4** (0,2*)
0,2
4
4
Interventiewaarde drins mits Aldrin <0,2 mg/kg ds@
Humaan toxicologische maximale waarde@
Interventiewaarde drins
Interventiewaarde drins
β-HCH
0,0092
0,5
1,6
0,77
0,5
Maximale waarde functie Industrie
Heptachloor-epoxide
0,0188
0,1
4
7
0,1
Maximale waarde functie Industrie
Scenario ‘Wonen met tuin’ (10% gewasconsumptie).
Scenario ‘Speelplaats met kinderen’ en scenario ‘Wonen met tuin’ (geen gewasconsumptie).
Het maximaal vastgestelde gehalte aan Aldrin in het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) is 0,0325 mg/kg ds (gestandaardiseerd). De grond ter plaatse van het plangebied Offem Zuid (fase 1 en 3) voldoet daarom aan de Lokale Maximale Waarde voor Aldrin.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.7.2
ONDERBOUWING EN DEFINIËREN LOKALE MAXIMALE WAARDEN OP (VOORMALIGE) BOLLENTEELTPERCELEN GEMEENTE NOORDWIJK: PLANGEBIEDEN OFFEM-ZUID FASE 1 EN FASE 3 (BODEMLAAG 0-2 M-MV; LMW6)
Onderdeel van Nota bodembeheer en oplegnotitie 2023-2033