Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.13

Kinderopvang

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Bronckhorst 2024

(PW, IOAW, IOAZ, Wet kinderopvang) De gemeente helpt ij het vinden van passende kinderopvang, als: De inwoner meedoet aan een activiteit die nodig is om dichter bij de arbeidsmarkt te komen of om aan het werk te gaan, en; De opvang van het kind niet mogelijk is binnen het sociale netwerk van de inwoner. De inwoner die van de Belastingdienst kinderopvangtoeslag ontvangt, kan va de gemeente een bijdrage krijgen voor de kosten van kinderopvang die voor zijn rekening blijven. De inwoner moet voldoen aan de volgende voorwaarden: De inwoner heeft een gemeentelijke uitkering of een Anw-uitkering; en De kinderopvang is nodig om mee te kunnen doen aan een activiteit van de gemeente die de inwoner dichter bij werk brengt (een voorziening). De inwoner heeft een sociaal medische indicatie Of De inwoner volgt voltijds mbo-, hbo-, of universitair onderwijs, voortgezet onderwijs of vavo-onderwijs, en De kinderopvang vindt plaats in een geregistreerd kindercentrum of via een gastouderbureau. De gemeente zorgt voor passende kinderopvang wanneer er sprake is van een sociaal medische indicatie waaruit de noodzaak van kinderopvang blijkt. De volgende voorwaarden zijn dan van toepassing; Er bestaat geen recht op kinderopvangtoeslag; Het kind kan niet naar de peuterspeelzaal; Maximaal 2 dagen of 4 dagdelen aangewezen is op kinderopvang per week gedurende het geldende kalenderjaar; Voor de hoogte van de ondersteuning is de draagkrachtberekening voor bijzondere bijstand van toepassing en is nooit hoger dan de kosten voor kinderopvang.

Rechtspraak bij dit artikel