Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8. › Paragraaf 8.3

Artikel 8.3.3

Hoogte en tarief Pgb

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Bronckhorst 2024

1.. De gemeente stelt de hoogte van het Pgb voor een product vast aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de inwoner goedkoopst compenserende hulp in natura en het Pgb is toereikend voor de aanschaf van het product bij minimaal 1 aanbieder. 2.. De gemeente houdt bij het vaststellen van de hoogte van het Pgb voor een product rekening met de levensduur van het product en met de kosten voor onderhoud en verzekering. Met uitzondering van een woonvoorziening, de inwoner is hierbij zelf verantwoordelijk voor de verzekering van het product. 3.. De gemeente kan de hoogte van het Pgb voor een product vaststellen op basis van een offerte van de aanbieder uit het goedgekeurde Pgb-plan en/of een door de gemeente opgevraagde offerte. De gemeente stelt de hoogte van het Pgb vast op het bedrag van de laagste offerte. 4.. De hoogte van het Pgb voor professionele hulp is gelijk aan het laagst geoffreerde tarief op dienstverleningsniveau binnen de aanbesteding van zorg in natura voor Wmo en Jeugdwet. 5.. De hoogte van het Pgb voor niet-professionele hulp voor ondersteuning in het kader van de Jeugdwet met uitzondering van logeren, en voor Wmo Integrale Ondersteuning, met uitzondering van de ondersteuning individueel (Wmo) en logeren, is gelijk aan het wettelijk minimum (uur)loon. Het gaat om het uurloon bij een 36-urige werkweek per 1 januari van het jaar waarin het Pgb wordt verstrekt, inclusief vakantiegeld, vakantie-uren en sociale lasten. 6.. De hoogte van het Pgb voor niet-professionele hulp voor huishoudelijke ondersteuning (Wmo) is gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. 7.. De hoogte van het Pgb voor niet-professionele hulp voor Integrale Ondersteuning (ondersteuning individueel Wmo) is gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij FWG 30 van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. 8.. Voor logeren uitgevoerd door niet-professionele hulp (hulp uit sociaal netwerk) bedraagt de tegemoetkoming maximaal € 150,- per kalendermaand, tenzij op basis van het Pgb-plan van de inwoner kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming. De inwoner dient een “Verklaring hulp uit het sociaal netwerk” in te vullen en in te dienen bij de gemeente die deze doorstuurt naar de Sociale Verzekeringsbank.

Rechtspraak bij dit artikel