Op grond van artikel 16.15a van de Omgevingswet kan de gemeenteraad gevallen aanwijzen, waarin een advies nodig is van de raad om af te wijken van het omgevingsplan (‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’).
Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan kan de gemeenteraad in de huidige situatie (vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet) beslissen dat er ‘geen bedenkingen’ zijn, met een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ (‘instemming gemeenteraad’). Om het werkbaar te houden wijst de raad daarbij gevallen aan, waarin die verklaring van geen bedenkingen niet nodig is.
Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Dan wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin wel een advies nodig is van de raad om af te wijken van het omgevingsplan. Daarbij is het advies van de gemeenteraad bindend. Het college van burgemeester en wethouders kan dan niet zonder instemming van de raad van het omgevingsplan afwijken en een vergunning verlenen.