De op basis van artikel 1 en 1a aangewezen toezichthouders zijn bevoegd om, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner (zoals genoemd in artikel 18.7 lid 1 Omgevingswet). Deze bevoegdheid wordt uitsluitend toegekend voor zover het toezicht op de naleving van een bij of krachtens de Omgevingswet gesteld voorschrift dit vereist, gelet op de door dat voorschrift gestelde belangen (art. 18.7 lid 2 Omgevingswet).