Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per
perceel.
Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters
water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.
Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal
kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het
belastingjaar vooraf-gaande verbruiksperiode naar het perceel is
toegevoerd of is opgepompt. Indien dit aan het begin van het
belastingjaar niet bekend is, wordt het aantal kubieke meters
afvalwater gesteld op het aantal kubieke meters water dat naar het
perceel is toegevoerd en/of is opgepompt van de laatstbekende
verbruikspe-riode. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan
een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door
herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een
gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
kan worden afgelezen.
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
hoeveelheid opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die
niet is afgevoerd.
Voor zover de gegevens als bedoeld in het derde lid van dit artikel
niet bekend zijn wordt het watergebruik van gemeentewege bepaald aan
de hand van de afgevoerde hoeveelheid afvalwater van vergelijkbare
percelen, met dien verstande dat voor de berekening van de
verschuldigde belasting als minimum waterafname wordt aangehouden
een hoeveelheid van 200 m3.
De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
als afvalwater is afgevoerd.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2011