De belasting als bedoeld in artikel 3 is verschuldigd bij het begin
van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is,
bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de
belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor
dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de
aanvang van de belastingplicht, nog volle kalender-maanden
overblijven.
Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor het
gebruikersdeel, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat
aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor
dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het
einde van de belastingplicht, nog volle kalender maanden
overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan
€ 10,00.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
perceel in gebruik neemt.
Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2011