Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Verantwoordelijkheden en bevoegdheden (deel)budgethouder

Onderdeel van Budgethoudersregeling Gooise Meren 2024

De (deel)budgethouder is bevoegd tot het aangaan van financiële verplichtingen onder de navolgende voorwaarden: Effectiviteit: De verplichting dient tot het realiseren van het beleid, de doelstellingen, producten en/of de algemene ondersteuningsactiviteiten, die behoren bij de toegewezen budgetten; Doelmatigheid: De betreffende inzet van middelen is doelmatig; Rechtmatigheid: De uitoefening van de budgetbevoegdheden geschiedt binnen de grenzen van de opgedragen taken met inachtneming van: het ter zake geldende recht; de vigerende mandaatregeling; de regels inzake inkoop en aanbesteden van de gemeente; de geldende beleids- en uitvoeringsregels; de eisen aan interne controle, functiescheiding en overige zaken de administratieve organisatie betreffende; Begrensde bevoegdheid: Het college respectievelijk de budgethouders kunnen ieder voor het naast lagere niveau nadere richtlijnen geven over de invulling van respectievelijk het budgethouderschap dan wel het deelbudgethouderschap. Voor inkopen geldt de bevoegdheid: Deelbudgethouders en bestellers tot een maximum van € 50.000; Budgethouders tot een maximum van € 1.500.000; Gemeentesecretaris en directeur voor bedragen vanaf € 1.500.000; Budgetplafond: De verplichting leidt niet tot een overschrijding van betreffend budget. Indien geen budgetten op productniveau aanwezig zijn of de bestaande budgetten niet toereikend (meer) zijn, mogen géén verplichtingen aangegaan of betalingen worden verricht, zonder dat het college van B&W of gemeenteraad daar toestemming voor heeft verleend.

Rechtspraak bij dit artikel