Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten worden verwacht als in het daar vigerende Omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, tenzij:
voor de activiteit een omgevingsvergunning is verleend;
het de verstoring betreft van een archeologisch monument of verwachtingsgebied dat is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidskaart en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door het college vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring;
de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen, of
met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn.
Het college kan op grond van artikel 5.2 van het Besluit Omgevingsrecht in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder een verplichting:
tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden,
tot het verrichten van een opgraving als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, of
de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwalificaties.
Indien archeologisch (voor)onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het verrichten van opgravingen als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet, vindt dit onderzoek plaats conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. In aanvulling hierop voldoet het onderzoek aan de gemeentelijke richtlijnen voor archeologisch onderzoek.
Het college kan in nadere regels bepalingen opnemen met betrekking tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het archeologisch onderzoek. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in acht te worden genomen.
Hoofdstuk 5 › Afdeling 5.3
Artikel 5.3.4
Vangnet archeologie
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Heeze-Leende 2024