Naar hoofdinhoud
1.. De directeur betrekt vooraf de betrokken portefeuillehouder bij de uitvoering van opgedragen bevoegdheden als hij van mening is dat bij een te nemen besluit (beleids)aspecten aan de orde zijn die buiten het werkterrein van de omgevingsdienst vallen. 2.. Het bepaalde in lid 1 is in elk geval aan de orde indien: een te nemen besluit een aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerde beleid inhoudt, waarvan precedentwerking te verwachten is of indien beleid ter zake moet worden vastgesteld; een te nemen besluit bestuurlijk gevoelig is, waarbij er rekening mee gehouden moet worden, dat de betrokken portefeuillehouder, het college of gedeputeerde staten op zijn of haar verantwoordelijkheid zal worden aangesproken; uit een te nemen besluit financiële, politieke of andere belangrijke consequenties kunnen voortvloeien.

Rechtspraak bij dit artikel