Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1.

Artikel 3.1.2

Reikwijdte vergunningplicht

Onderdeel van Huisvestingsverordening Ouder-Amstel 2024

1.. De in artikel 3.1.1 aangewezen woonruimten mogen niet zonder vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet: anders dan ten behoeve van bewoning of het gedeeltelijk gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken; of, anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte worden samengevoegd, mits en zolang de bestemming tot bewoning overheersend blijft; omgezet worden in één of meerdere onzelfstandige woonruimten; tot twee of meer (zelfstandige) woonruimten verbouwd worden, in deze verordening ook wel aangeduid als zijnde woningvorming en in algemeen spraakgebruik ook wel bekend als zijnde bouwkundig splitsen; onttrokken worden aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van logiesverblijf. 2.. Voor het onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van het gebruik als tweede woning, is geen vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet noodzakelijk, mits en zolang: de woonruimte, zoals gehuurd, een rekenhuur heeft boven de liberalisatiegrens; de eigenaar of huurder zijn hoofdverblijf buiten de woningmarktregio houdt; en, waarbij het gaat om ten hoogste één woonruimte per eigenaar of huurder. 3.. Voor het gebruik van woonruimte als studentenwoning is geen vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet noodzakelijk, mits en zolang sprake is van een studentenwoning als bedoeld in artikel 1. onder uu.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel