In verband met de woonruimtevoorraad
Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning weigeren als:
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang het belang van behoud en samenstelling van de woonruimtevoorraad met het oog op schaarste en leefbaarheid groter is dan het met splitsing gediende belang;
het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad met het oog op schaarste en leefbaarheid niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning;
het gebouw of het gedeelte van het gebouw waarop de vergunningaanvraag betrekking heeft, één of meer woonruimten bevat die worden verhuurd of die laatstelijk verhuurd zijn geweest voor een huurprijs gelijk aan of lager dan de liberalisatiegrens;
het gebouw of gedeelte van een gebouw, voor zover dit geheel of gedeeltelijk verhuurd is geweest voor bewoning, in strijd met de regels van het omgevingsplan of met enig wettelijk voorschrift, geheel of gedeeltelijk voor een ander doel dan voor bewoning in gebruik genomen;
niet gewaarborgd is dat de woonruimte(n) na de voorgenomen splitsing bestemd blijft of blijven voor verhuur ter bewoning;
het gebruiksoppervlak van de woonruimte(n) na de voorgenomen splitsing kleiner is dan 24 m2.
In verband met belemmering van stadsvernieuwing
Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning eveneens weigeren als:
voor het gebied waarin het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft is gelegen, een omgevingsplan van kracht is, dan wel een ontwerp voor een zodanig plan of zodanige verordening of voor een herziening daarvan in procedure is;
het ontwerp voor dat plan of voor die verordening, dan wel voor de herziening daarvan ter inzage is gelegd voordat de aanvraag van de splitsingsvergunning is ingediend;
de voorgenomen splitsing naar het oordeel van burgemeester en wethouders nadelig gevolgen kan hebben voor de met het plan of die verordening nagestreefde of na te streven doeleinden; en
het belang dat de aanvrager bij splitsing heeft, niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van belemmering van de modernisering of vervanging.
In verband met de toestand van het gebouw
Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning weigeren als:
de toestand van het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft, zich uit een oogpunt van indeling of de staat van onderhoud geheel of ten dele verzet; en
de desbetreffende gebreken niet door het treffen van voorzieningen of het aanbrengen van verbeteringen kunnen worden opgeheven, dan wel onvoldoende verzekerd is dat die gebreken zullen worden opgeheven.
Van gebreken als bedoeld in het derde lid is in ieder geval sprake als:
Een handhavingsbesluit ingevolge artikel 1b, tweede lid van de Woningwet en/of artikel 18.1 van de Omgevingswet is genomen;
een aanschrijving ingevolge de artikelen 13 en volgende van de Woningwet, en/ of een maatwerkvoorschrift ingevolge artikel 3.7 van het Besluit bouwwerken leefomgeving is gedaan en het bepaalde in deze aanschrijving nog niet is uitgevoerd; of
het gebouw waarop de aanvraag betrekking heeft strijdigheden vertoont met afdeling 3.3 van het Besluit bouwwerken leefomgeving..
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen waaraan een gebouw uit bouwkundig oogpunt minimaal dient te voldoen.
Overige weigeringsgronden
Burgemeester en wethouders kunnen de splitsingsvergunning weigeren als:
in 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag een vergunning van de aanvrager op grond van artikel 3.6.5 onder b, c en d, is ingetrokken.
naar het oordeel van burgemeester en wethouders de aanvrager van de vergunning niet aan de criteria van goed verhuurderschap voldoet; of
in het geval en onder de voorwaarden, als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 6
Artikel 3.6.1
Weigeringsgronden
Onderdeel van Huisvestingsverordening Ouder-Amstel 2024