**1..** In beginsel worden slechts feiten die zich hebben voorgedaan in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het besluit meegenomen in de beoordeling.
De pleegdatum is in beginsel leidend.
Voor de berekening van de laatste vijf jaar telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis is ondergaan niet mee.
De datum van de aanvraag van het primaire besluit over het levensgedrag op de aanvraag van een vergunning, de tussentijdse bijschrijving van een exploitant en/of leidinggevende of intrekking van de exploitatievergunning is de peildatum voor vaststellen van de periode van vijf jaar.
Indien er sprake is van een patroon of een hoge frequentie van (soortgelijke) feiten, kunnen ook gedragingen en/of veroordelingen die langer dan vijf jaar voorafgaand aan het besluit hebben plaatsgevonden, in de beoordeling worden betrokken.
**2..** Bij de beoordeling van het levensgedrag kunnen feiten en omstandigheden worden meegewogen die niet zijn gerelateerd aan de exploitatie van een inrichting.
**3..** Voor het aannemen van slecht levensgedrag is niet vereist dat zich daadwerkelijk concrete feiten/omstandigheden met betrekking tot het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting en/of de openbare orde of veiligheid hebben voorgedaan.
**4..** De gedragingen moeten aannemelijk zijn.
**5..** Naast strafrechtelijke veroordelingen wegen ook transacties en strafbeschikkingen mee.
**6..** Zaken waarin het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is verklaard kunnen worden meegewogen.
**7..** Zaken die zijn geseponeerd, kunnen worden meegewogen in de beoordeling van het levensgedrag.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Algemene uitgangspunten
Onderdeel van Beleidsregel beoordelingscriteria levensgedrag 2024