Naar hoofdinhoud
1.. De adviesraad Participatiewet  bestaat uit minimaal zeven en maximaal dertien leden, onder wie een onafhankelijk voorzitter. Van de leden als bedoeld in de vorige volzin zijn er maximaal zes afkomstig van instellingen en organisaties op het gebied van de Participatiewet en maximaal zes leden zijn lid op persoonlijke titel en vallen onder de doelgroep van de Participatiewet. 2.. Voor de leden die afkomstig van instellingen en organisaties op het gebied van de Participatiewet kan een plaatsvervanger worden aangewezen. 3.. De leden en de plaatsvervangende leden worden door het college benoemd voor een termijn van vier jaar. Zij kunnen eenmaal voor dezelfde duur worden herbenoemd. 4.. Het lidmaatschap van de adviesraad Participatiewet  is niet verenigbaar met het lidmaatschap van de gemeenteraad. 5.. Het lid dat ophoudt te voldoen aan de eisen voor het lidmaatschap zoals in deze verordening gesteld, treedt op dat moment af als commissielid. 6.. De leden kunnen tussentijds ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan het college, in afschrift aan de voorzitter van de adviesraad Participatiewet. 7.. Het college kan tussentijds tot schorsing en ontslag van de voorzitter of een lid overgaan wegens slecht functioneren. Van slecht functioneren is in ieder geval sprake in de volgende gevallen: een commissielid verschijnt herhaaldelijk zonder reden niet op een vergadering van de commissie, ondanks daartoe een uitnodiging te hebben ontvangen; een commissielid brengt ernstig nadeel toe aan het in hem c.q. de commissie gestelde vertrouwen. 8.. De aftredende leden blijven zo mogelijk hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel