Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Berekening van de precariobelasting

Onderdeel van Verordening precariobelasting Ouder-Amstel 2024

1.. Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde maatstaf of tijdseenheid een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2.. Voor de berekening van de precariobelasting: indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. 3.. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. 4.. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 5.. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 6.. Voor de toepassing van dit artikel worden uitgestalde goederen en losse voorwerpen, zoals fust en vuilnisbakken, die met de exploitatie van de inrichting verband houden als onderdelen van de inrichting beschouwd. 7.. Bij het plaatsen van voorwerpen van welke aard ook op openbare grond, wordt de ruimte tussen deze voorwerpen mede geacht te zijn ingenomen. Wordt voor het plaatsen van voorwerpen op openbare grond, een terrein met hekwerk of een daarmee vergelijkbaar bouwwerk, afgezet, dan wordt het volledige terrein geacht te zijn ingenomen of aan het verkeer te zijn onttrokken.

Rechtspraak bij dit artikel