Naar hoofdinhoud
1.. Onder de naam 'riool- en waterzorgheffing' wordt per eigendom een of meer belastingen geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan de inzameling en het transport: van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, de zuivering van huishoudelijk afvalwater, de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen en/of te beperken. 2.. De belastingen als bedoeld onder het eerste lid, wordt geheven van: degene die op 1 januari van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom verder te noemen: riool- en waterzorgheffing eigenarendeel degene die het gebruik heeft van een eigendom verder te noemen: riool- en waterzorgheffing gebruikersdeel. 3.. Met betrekking tot de riool- en waterzorgheffing eigenarendeel wordt in beginsel, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 4.. Met betrekking tot de riool- en waterzorgheffing gebruikersdeel wordt als gebruiker aangemerkt: degene die het eigendom naar omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruikt; ingeval een deel van een eigendom ter gebruik is afgestaan: degene die dat deel ter gebruik heeft afgestaan. 5.. In afwijking van het vierde lid geldt voor de riool- en waterzorgheffing gebruikersdeel dat sprake is van een bedrijfsverzamelgebouw met één watermeter, de eigenaar als gebruiker wordt aangemerkt.

Rechtspraak bij dit artikel