De rekenkamercommissie is bevoegd binnen een aan haar bij de
begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten
behoeve van de uitvoering van haar taken.
Ten laste van het in het voorgaande lid bedoelde budget worden
de kosten gebracht van:
de vergoedingen die krachtens artikel 2.6 zijn toegekend
aan de leden van de rekenkamercommissie;
de personeelslasten van de ambtelijk secretaris;
de vergoedingen aan onderzoeksmedewerkers;
de vergoedingen aan externe deskundigen die mogelijk
door de rekenkamercommissie zijn ingeschakeld en
de mogelijke overige uitgaven die de rekenkamercommissie
nodig oordeelt voor de uitvoering van haar taak.