**1..** Het College biedt de Gemeenteraad tenminste minimaal eens in de zes jaar een nota (faciliterend) grondbeleid aan. De Gemeenteraad stelt deze nota vast.
**2..** Deze nota behandelt ten minste de volgende onderwerpen:
de verantwoording van projecten i.r.t. het grondbeleid
de beleidsnota’s grondzaken;
de werkprocessen voor de ruimtelijke projecten;
de richtlijnen over de ruimtelijke projecten;
**3..** de werkwijze over de verevening tussen de egalisatiereserve ruimtelijke projecten en de algemene dekkingsreserve.
**4..** Het College legt bij de keuze voor een actief grondbeleid periodiek doch minimaal eens per zes jaar, een beleidskader strategisch grondbeleid aan de Gemeenteraad ter besluitvorming voor. In het beleidskader strategisch grondbeleid zal in elk geval worden ingegaan op:
het strategisch verwervingsbeleid;
het beschikbaar grondbeleidsinstrumentarium;
de wijze waarop het College voornemens is dit instrumentarium in te zetten;
te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;
het verloop van de grondvoorraad.
**5..** Het College legt, bij het voeren van een actief grondbeleid, jaarlijks een Grondprijzennota ter vaststelling voor aan de Gemeenteraad. Hierin zijn de uitgangspunten voor de uitgifteprijzen van gronden vastgelegd.
**6..** Het College biedt jaarlijks, voorafgaand aan de vaststelling van de jaarstukken, een geactualiseerd Meerjaren Perspectief Ruimtelijke Projecten (MPP) en jaarlijks, voorafgaand aan de vaststelling van de najaarsrapportage, een tussentijds MPP (t-MPP) aan, waarin minimaal aandacht is voor:
te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;
risico's die samenhangen met de grondontwikkeling;
planning en financiële uitkomsten, mede in relatie tot de voorgaande rapportage;
afwijkingen ten opzichte van de begroting (inclusief begrotingswijzigingen);
financiële prognoses.
In de paragraaf grondbeleid van de programmabegroting en in de jaarstukken wordt op hoofdlijnen ingegaan op de uitvoering van het grondbeleid en de stand van zaken per ruimtelijk project