Naar hoofdinhoud
1.. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de Bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. 2.. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd bij investeringen: vervangingsinvesteringen worden in het (meerjaren) investeringsplan opgenomen in de begroting; investeringswensen, die als nieuw beleid worden aangemerkt, worden via de kadernota of een afzonderlijk voorstel ingediend; de staat van restantkredieten wordt opgenomen in de jaarrekening; als een investering niet in het jaar van planning is gestart, dan wordt bij de jaarrekening een voorstel gedaan voor het overbrengen van het krediet naar het volgende boekjaar; investeringen kunnen maximaal 3 jaar na het geplande startmoment volgens het initiële voorstel uitlopen, behoudends zwaarwegende omstandigheden; de rentelast wordt gebaseerd op de omslagrente die in de laatst vastgestelde begroting is opgenomen. 3.. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als bijlage bij de begroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten voor de komende meerjarenperiode.

Rechtspraak bij dit artikel