Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 1.4

Artikel 1.4.1

BEVOEGD GEZAG

Onderdeel van Nota Bodembeheer 2023-2033

In de meeste situaties zijn bij het hergebruik/toepassen van grond op of in de landbodem, de activiteit bouwen en de activiteit ruimtelijke planvorming de gemeenten voor hun eigen grondgebied het bevoegd gezag. Binnen inrichtingen die onder de Wet milieubeheer vallen, reguleert het voor deze Wet aangegeven bevoegd gezag het grondverzet. Voor toepassingen op of in de waterbodem en in een oppervlaktewaterlichaam is de waterkwaliteitsbeheerder bevoegd gezag. Voor de rijkswateren is dat Rijkswaterstaat en voor de overige wateren zijn dat het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (gemeente Nieuwkoop), het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (gemeente Nieuwkoop) en het Hoogheemraadschap van Rijnland (gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude). Op een saneringslocatie is de Wet bodembescherming bepalend. De gemeente Leiden is voor haar eigen grondgebied meestal hiervoor het bevoegd gezag. De gemeente Leiden heeft deze taken gemandateerd aan de Omgevingsdienst West-Holland (hierna aangeduid als ‘ODWH’. Voor de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude is de provincie Zuid-Holland. De provincie Zuid-Holland heeft deze taken gemandateerd aan de ODWH. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de gemeenten voor hun eigen grondgebied bevoegd gezag voor sanerende maatregelen. Uitzondering hierop vormen de locaties die vallen onder het overgangsrecht van de Omgevingswet waaronder beschikte spoedlocaties, locaties met ingediende (deel)saneringsplannen, locaties met een maximaal 12 maanden oude ingediende BUS-melding, locaties waar sprake is van een nieuw geval van bodemverontreiniging (ontstaan in de periode 1 januari 1987 en 31 december 2023, dus vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet) en locaties met nazorgsmaatregelen zoals bijvoorbeeld geregistreerde restverontreinigingen, leeflaagsaneringen, monitoringsverplichtingen. Voor deze locaties in de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude blijft de provincie Zuid-Holland, de ODWH (gemandateerd), bevoegd gezag. Bij een nieuwe verontreiniging (veroorzaakt op of na 1 januari 1987) binnen een omgevingsvergunningplichtige inrichting, toetst de vergunningsverlener Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van de desbetreffende inrichting of zijzelf dan wel de provincie Zuid-Holland als het bevoegd gezag optreedt. Voor de activiteit bouwen en de activiteit ruimtelijke planvorming binnen de (toekomstige) Omgevingswet, de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn de gemeenten voor hun eigen grondgebied het bevoegd gezag. Voor de gemeenten wordt bij besluiten die het watersysteem raken, maar waar de gemeente het bevoegd gezag is, per situatie de bodemproblematiek afgestemd met het bevoegd gezag Waterwet[10]. Alleen op deze manier wordt bereikt dat de eisen die de gemeente stelt, aansluiten op de wensen/eisen die de waterbeheerder heeft ten aanzien van het watersysteem.

Rechtspraak bij dit artikel