De toe te passen grond moet worden gekeurd als deze grond:
ontgraven gaat worden uit een zone waarvan de te verwachten ontgravingskwaliteit een mindere kwaliteit heeft dan de toepassingseis van de ontvangende bodem;
afkomstig is van een uitgesloten locatie/gebied van de eigen of geaccepteerde en geldige bodemkwaliteitskaart (zie § 4.2 en gespecificeerd in hoofdstuk 2 van deze nota bodembeheer en de rapportages van de geaccepteerde bodemkwaliteitskaarten);
afkomstig is van gebieden waarvan de gemeenten de bodemkwaliteitskaarten niet hebben geaccepteerd (zie § 4.2 en § 4.10);
wordt toegepast op onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en (zie § 4.3.2);
afkomstig is uit schone gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’ en ‘Wonen’, waar de Lokale Maximale Waarde ‘Wonen’ is vastgesteld (zie § 4.3.3) en het voornemen bestaat de grond in gebieden her te gebruiken met de toepassingseis ‘Landbouw/natuur’ tenzij in het vooronderzoek aangetoond kan worden dat er geen grond is toegepast waarbij gebruik is gemaakt van de Lokale Maximale Waarden.
afkomstig is van schone gebieden met de bodemfuncties ‘Industrie’ waar de Lokale Maximale Waarde voor de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ is vastgesteld (zie § 4.3.4), en het voornemen bestaat deze in gebieden her te gebruiken met de toepassingseis ‘Landbouw/natuur’; tenzij in het vooronderzoek aangetoond kan worden dat er geen grond is toegepast waarbij gebruik is gemaakt van de Lokale Maximale Waarden.
de ontgravingslocatie is gelegen in de aangewezen onverharde wegbermen met de bodemfunctie ‘Industrie’ in de gemeenten en niet als bermgrond van een weg met de bodemfunctie ‘Industrie’ wordt toegepast naar elders (zie § 4.3.5);
afkomstig is van een voormalige tuinbouw- en akkerbouwperceel en niet op een voormalige tuinbouw- en akkerbouwperceel wordt hergebruikt (zie § 4.3.7.7). De grond moet worden gekeurd op organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB).
Zand dat vrijkomt binnen de kernzone van de primaire kering i.c. de zeereep of zeewering mag onder voorwaarden weer binnen dit gebied worden toegepast, met uitzondering van locaties met de functie wonen met tuin. Als het voornemen bestaat vrijgekomen zand binnen de kernzone van de primaire kering i.c. de zeereep of zeewering op een locatie met de functie wonen met tuin óf buiten de primaire kering i.c. de zeereep of zeewering te hergebruiken, moet de kwaliteit in het duinzand worden aangetoond met een partijkeuring op PFAS (zie § 4.3.12).
onvoorziene visuele afwijkingen vertoont (asbest, bodemvreemde materialen, kleur, geur; zie § 4.4);
afkomstig is uit de gemeente Voorschoten. De grond moet worden gekeurd op PFAS-verbindingen (zie § 4.6.1).
afkomstig is uit de bodemkwaliteitszones ‘B1/T1/O1 Historische bebouwing Leiden’, ‘VS1 bovengrond in Voorschoten’ en ‘VS7 bovengrond in Voorschoten’ (zie § 4.7);
afkomstig is uit de bodemlaag dieper dan 2 meter beneden het maaiveld en zintuiglijk is verontreinigd (zie § 4.9)
al een keer eerder is onderzocht, maar niet is onderzocht op PFAS-verbindingen. In die situatie moet een partijkeuring plaatsvinden op PFAS-verbindingen.
afkomstig is van een tijdelijke opslag en niet aan voorwaarden voldaan kan worden zoals deze in § 4.25 zijn beschreven.”
De partijkeuring moet plaatsvinden conform de SIKB-protocol-1001 of de NEN574021 Alleen van de volgende onderzoeksstrategieën kan gebruik worden gemaakt: TOETS-S, TOETS-S-GR en KEU-I-HE. en door een daarvoor gecertificeerd bedrijf met een ministeriële erkenning. Bij onderzoek op asbest is het uitvoerend bedrijf/persoon gecertificeerd en erkend voor het SIKB-protocol-2018 [38]. Naast het standaard NEN5740 stoffenpakket22 Barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen. moet de grond zijn gekeurd op PFAS-verbindingen23 Het betreft minimaal de 30 PFAS-verbindingen die zijn opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019: https://www.bodemplus.nl/publish/pages/164708/1907012-pfas_-_advieslijst_tbv_tijdelijk_handelingskader_v4.pdf. en eventueel aanvullend op stoffen die als gevolg van het historisch onderzoek in de grond kunnen voorkomen.
Indicatief bodemonderzoek grond afkomstig van én hergebruikt in (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen 24 Bijvoorbeeld bloem(bollen)percelen, fruitteeltpercelen, glastuinbouw etc.
Om vast te stellen of sprake is van voormalige tuinbouw- en akkerbouwpercelen moet de website van het Kadaster worden geraadpleegd: www.topotijdreis.nl. Óók moet informatie ingewonnen worden bij de (voormalige) terreingebruikers. Als de ontgravingslocatie in de periode 1945-1975 in gebruik is (geweest) als tuinbouw- en/of akkerbouwperceel, dan is de locatie verdacht op het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen. Als grond afkomstig is vanaf een (voormalig) tuinbouw- of akkerbouwperceel weer op een (voormalig) tuinbouw- en/of akkerbouwperceel wordt toegepast, moet voorafgaand aan de toepassing een indicatief bodemonderzoek conform de NEN 5740, strategie VED-HO-NL, plaatsvinden. De grond moet worden onderzocht op organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) én op alle andere op het (voormalig) tuinbouw- of akkerbouwperceel gebruikte bestrijdingsmiddelen. Het onderzoek moet zijn uitgevoerd door voor de BRL protocol 2001 gecertificeerd bedrijf/persoon dat een ministeriële erkenning heeft. Bij het indicatieve bodemonderzoek wordt alleen de te ontgraven bodemlaag onderzocht; onderzoek van de bodemlaag dieper dan de ontgravingsdiepte en het grondwater is niet nodig. Tenzij de gemiddelde grondwaterdiepte zicht binnen 0,25 m-mv bevindt, dan moet ook het grondwater worden onderzocht. Bij de grond vanaf de (voormalige) tuinbouw- of akkerbouwperceel wordt vanwege mogelijke verschillen in kwaliteit geadviseerd om bij dit onderzoek onderscheid te maken in een bodemlaag vanaf het maaiveld tot 0,5 meter diepte en een de diepere bodemlaag tot en met ontgravingsdiepte.
Indicatief bodemonderzoek grond bij graafwerkzaamheden bij ondergrondse infrastructuur en groenvoorzieningen in de bodemkwaliteitszones ‘B1/T1/O1 Historische bebouwing Leiden’,‘VS1 bovengrond in Voorschoten’, ‘VS5 bovengrond in Voorschoten’ en ‘VS7 bovengrond in Voorschoten’
Bij aanleg, vervang-, reparatiewerkzaamheden van ondergrondse infrastructuur zoals kabels, leidingen, rioleringen en graafwerkzaamheden bij groenvoorzieningen, wordt grond ontgraven en weer toegepast (tijdelijke uitname van grond). Als uit het historisch onderzoek (§ 6.1) blijkt dat ter plaatse van het werk sprake is van een mogelijke nog niet onderzochte bodemverontreiniging als gevolg van een lokale bron en/of er wordt niet gewerkt met een gesloten grondbalans, moet in de bodemkwaliteitszones ‘B1/T1/O1 Historische bebouwing Leiden’, ‘VS1 bovengrond in Voorschoten’ en ‘VS7 bovengrond in Voorschoten’ een indicatief onderzoek worden uitgevoerd (zie § 4.8). Het indicatief bodemonderzoek moet conform de NEN5740, strategie VED-HO-NL, plaatsvinden. Het onderzoek moet zijn uitgevoerd door voor de BRL SIKB protocol 2001 gecertificeerd bedrijf/persoon dat een ministeriële erkenning heeft. Voor het onderzoek hoeft alleen de te ontgraven bodemlaag te worden onderzocht; onderzoek van de bodemlaag dieper dan de ontgravingsdiepte en het grondwater is niet nodig. Als de gemiddelde grondwaterdiepte zich binnen 25 centimeter van de ontgravingsdiepte bevindt, moet óók het grondwater worden onderzocht.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.1
ONDERZOEK TOE TE PASSEN GROND
Onderdeel van Nota Bodembeheer 2023-2033