Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.4

Signalen/constatering

Onderdeel van Uitvoeringsbeleid Wkb

Doordat er zelf bijna geen toezicht meer op de bouwtechnische aspecten van de bouw gehouden wordt komen de signalen/constateringen hierover op een andere manier bij de gemeente terecht. Grofweg zijn er 3 stromen die te onderscheiden zijn: signalen/constateringen van derden; signalen/constateringen van de kwaliteitsborger; signalen/constateringen door het bevoegd gezag. Hieronder geven we aan wat we doen met de signalen/constateringen van deze 3 stromen. Signalen/constateringen van derden. Signalen/constateringen van derden worden direct naar de kwaliteitsborger doorgestuurd. De kwaliteitsborger is het eerste aanspreekpunt voor signalen/constateringen van derden. Signalen/constateringen van de kwaliteitsborger. De kwaliteitsborger heeft als onafhankelijke partij de taak om te controleren of de aannemer de werkzaamheden zo uitvoert dat het aannemelijk is dat het bouwwerk gaat voldoen aan de bouwtechnische eisen in het Bbl. Wanneer de kwaliteitsborger constateert dat in strijd met bouwtechnische eisen wordt gehandeld, meldt hij dit eerst bij de aannemer en geeft hij de aannemer de tijd om het te herstellen. Daarnaast maakt hij een melding hiervan aan de gemeente. Mocht de fout niet hersteld worden door de aannemer, pakt de gemeente de melding verder op en zet zo nodig een informatie- of stopmoment in. Afhankelijk van de ernst van de melding (onomkeerbare situaties) treedt de gemeente handhavend op en legt zo nodig een bouwstop op. Signalen/constateringen door het bevoegd gezag. Als het bevoegd gezag zelf een signaal afgeeft of zelf een constatering doet (tijdens een controle tijdens de bouw op de ruimtelijke aspecten), meldt zij dit aan de kwaliteitsborger. De kwaliteitsborger onderzoekt of het nodig is om actie te ondernemen.

Rechtspraak bij dit artikel