Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In deze nota wordt (naast de verplichte onderdelen genoemd in artikel 16 van het BBV) aandacht besteed aan:
de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente;
te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;
het verloop van de grondvoorraad;
de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van grond;
de uitgifte van gronden in erfpacht.
Bij de begroting en de jaarstukken wordt ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met name de belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals verlies- en winstverwachtingen, de verwerving en verkoop van gronden.