Hieronder wordt op bepaalde onderdelen een nadere toelichting gegeven. Dit moet meegenomen worden bij de toetsing van initiatieven.
Ruimtelijke kwaliteit & landschappelijke inpassing
In de voorwaarden wordt gesproken over ruimtelijk kwaliteit en landschappelijke inpassing. Ruimtelijke kwaliteit is volgens de toelichting op de Omgevingswet één van de kwaliteiten van de fysieke leefomgeving. Onder ruimtelijke kwaliteit wordt de onderling wederkerige verhouding tussen belevingswaarde, gebruikerswaarde en de toekomstwaarde bedoeld. Ruimtelijke kwaliteit is daarmee geen eenduidige eigenschap, maar een weging van waarden. Het afwegingsproces vergt, afhankelijke van de maatschappelijke wensen en opgaven, steeds maatwerk op meerder schaalniveaus. Dit betekent dat wij in alle gevallen samen met de initiatiefnemer kijken welke afspraken er gemaakt kunnen worden die de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse kunnen verbeteren.
Denk aan het terug graven van in het verleden gedempte watergangen, het planten van een boomgaard of het toevoegen van andere streekeigen bomen en (erf)beplanting. Ook kan er ruimtelijke kwaliteitswinst worden gevonden in de architectuur van de nieuw te bouwen woning of het verwijderen van extra oppervlakte aan verharding. Naarmate er minder wordt gesloopt dan 1.000 m2 kunnen er extra voorwaardelijke-/kwalitatieve verplichtingen worden gekoppeld aan het ruimtelijke initiatief. Onder andere wordt daarbij gekeken naar het Kookboek Krimpenerwaard. In Bijlage I staat een nadere uitwerking van hetgeen betrokken wordt bij de beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing.
Woningsplitsing
Door meer dan één extra woning na opsplitsing van een bestaande woning toe te staan, kunnen we het maximale potentieel van onze bestaande bouwvolumes benutten. Dit draagt bij aan een efficiënter ruimtegebruik en kan helpen om onze woonvoorraad te vergroten. Het is bekend dat er een groeiende behoefte is aan kleinere wooneenheden voor specifieke doelgroepen, zoals alleenstaanden, jongeren en starters. Deze wijziging zal ons in staat stellen om meer aan deze behoeften te voldoen. We erkennen de mogelijke neveneffecten, zoals extra druk op onze linten, ruimtebeslag voor parkeren en de capaciteit van riolering en infrastructuur. Daarom benadrukken de aanvullende regels dat hier geen onevenredige afbreuk aan mag worden gedaan.
Terugbouwen op een andere locatie dan waar gesloopt is
Van het op een andere locatie bouwen van een woning dan op de locatie waar gesloopt wordt, is bijvoorbeeld sprake als de nieuwe woning in of direct aansluitend in/bij een zone hoogspanningsmast zou worden gebouwd of als die woning achter een Wetering zou komen, waar deze vanuit het oogpunt van stedenbouw eigenlijk niet gewenst is. Op de alternatieve locatie moeten de doorzichten naar het achterliggende open polderlandschap behouden blijven.
Realiseren woning in bestaande opstallen
Wanneer sprake is van het realiseren van woningen in monumentale of karakteristieke schuren/bijbehorende bouwwerken is het doel dat andere aanwezige bijbehorende bouwwerken op het bouwperceel worden aangemerkt als bijbehorend bouwwerk bij de nieuw te realiseren woning. Hierdoor moet worden voorkomen dat er een extra bouwmogelijkheid van maximaal 150 m2 aan vergunningsvrije bijbehorende bouwwerken kan worden gecreëerd. Dit geldt niet alleen voor de nieuwe woning maar ook voor de reeds bestaande woning.
Waar mogelijk kan worden gekeken of vergunningsvrije bouwwerken kunnen worden uitgesloten door een specifieke bestemming ‘tuin met landschapswaarden of agrarisch met landschapswaarden’ toe te kennen. Dat met het oog op het borgen van bestaande of het creëren van doorzichten naar het achterliggende open polder landschap.
Eerste en tweedelijns woningen
Uitgangspunt is het bouwen van een woning in de eerste lijn. Architecten kiezen bij tweedelijns woningen wat vormgeving betreft vaak voor zogenaamde ‘schuurwoningen’. Die refereren aan de oorspronkelijke agrarische gebiedsidentiteit. Schuurwoningen zijn woningen die gekenmerkt worden door hun sobere en eenduidige vorm. Vaak gaat het om langgerekte staafmodel-woningen zonder aan- of uitbouw en dakkapellen. Schuurwoningen hebben in de regel een flauwe kap en zijn wat kleurstelling betreft vaak terughoudend. Het gebruik van natuurlijke materialen, zoals donkere potdekseldelen, zorgt voor een natuurlijke en robuuste uitstraling.
Andere type woningen in de tweede lijn zijn bespreekbaar, mits ontworpen met respect voor het karakter van het betreffende lint. Hierin wordt onder andere gekeken naar de aanbevelingen die worden gedaan in het Krimpenerwaards Kookboek, de nota ruimtelijke kwaliteit en de richtpunten van de provinciale kwaliteitskaarten en het gebiedsprofiel Krimpenerwaard.
Realisatie meerdere woningen
Bij de bouw van meer dan 3 woningen ontstaat er feitelijk een woonerf of woonbuurtje dat soms leidt tot planologisch minder gewenste situaties. Hierbij kan gedacht worden aan verrommeling, aantrekken van extra verkeer en parkeerdruk (visueel aspect). Het toestaan van meer dan 3 woningen kan toch wenselijk zijn.
Deze woningen vereisen een zeer zorgvuldige belangenafweging. Een positief advies vanuit de vakdisciplines volkshuisvesting en/of sociaal domein is daarbij een vereiste.
Erfinrichtingstekening
In het erfinrichtingsplan wordt per locatie de situatie voor en de situatie na sloop en herontwikkeling weergegeven. Onder andere wordt aandacht besteed aan positionering en vormgeving van de nieuwe bebouwing, landschappelijke inpassing van het nieuwe erf, parkeren en ontsluiting op de openbare weg en de aanwezige beschermde flora en fauna.