Een aantal van de geïnterviewde standplaatshouders hebben bij de evaluatie aangegeven dat ze bij aanpassing van het beleid, vanwege de investeringen in bijvoorbeeld hun kraam of kar en de afschrijving daarvan, een vergunningstermijn geschikt vinden die meerdere jaren over een langere periode omvat. Bij een kortere vergunningsduur in combinatie met mededinging, wordt investeren en het opbouwen en onderhouden van een klantenkring oninteressanter. Aan de andere kant biedt een maximum van 2x5 jaar nog steeds voldoende ruimte en gelegenheid voor nieuwe ondernemers die ontstane kansen in een veranderende markt zien om mee te dingen om een standplaats te bemachtigen. Aanvragen voor een langere termijn kunnen hierop worden afgewezen.
Wij constateren dat de huidige vergunningsduur van enkele jaren voldoende interesse gaf, het voorliggend beleid kent een looptijd waarbinnen ruimere plaatsingstermijnen gegund worden. Als de vergunningsduur (veel) langer is dan de terugverdientijd, houdt dit in dat de overheid als vergunningverlenende instantie onnodig de toegang tot de markt beperkt. Het benodigd investeringsvermogen enerzijds en opbrengst anderzijds ligt bij voedings-gerelateerde ambulante handel duidelijk een factor hoger. Het aantal handelsdagen heeft relatief weinig invloed op de gemiddelde terugverdientijd. Achtergrond voor een vergunningsduur van maximum 2x5 jaar is dat dit de meest voorkomende afschrijvingstermijn is voor het gemiddeld aantal ondernemers enerzijds, en anderzijds ligt binnen de terugverdientermijn die nodig is om het aantrekkelijk te maken op deze markt actief te zijn (rapport Schaarse vergunningen en terugverdientijd in de Ambulante handel, Economisch onderzoek: SEO 2021). De gemiddelde afschrijvingstermijn van alle ambulante ondernemers is 8,7 jaar (rapport CVAH 2019). Bij wijzigingen van de bestaande vergunningen zal per ondernemer specifiek de situatie en omstandigheden nader beoordeeld en meegenomen worden.
Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.2
Artikel 6.2.1
Motivering vergunningen tot maximaal 2x5 jaar
Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen