**1..** De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedraagt per eigendom per belastingjaar € 86,58.
**2..** De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt per eigendom per belastingjaar € 353,38.
**3..** De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, bedraagt per eigendom dat wordt gebruikt door:
één persoon € 54,15;
twee personen € 108,30;
drie of meer personen € 162,44 per belastingjaar.
**4..** De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, bedraagt per eigendom per belastingjaar voor iedere eenheid van 250 m3 afgevoerd water € 192,70.
**5..** Voor de toepassing van het derde lid is beslissend de gebruikssituatie op 1 januari van het belastingjaar of, wanneer de belastingplicht later aanvangt, de gebruikssituatie bij aanvang van de belastingplicht.
**6..** Voor de toepassing van het vierde lid wordt de hoeveelheid afgevoerd water boven 10.250 m3 buiten de heffing gelaten.
Artikel 6
Belastingtarieven
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing