Naar hoofdinhoud
1.. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedraagt per eigendom per belastingjaar               €  89,89. 2.. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt per eigendom per belastingjaar               € 353,38. 3.. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, bedraagt per eigendom dat wordt gebruikt door: één persoon                       €   56,69; twee personen                   € 113,38; drie of meer personen     € 170,07 per belastingjaar. 4.. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, bedraagt per eigendom per belastingjaar voor iedere eenheid van 250 m3  afgevoerd water € 192,70. 5.. Voor de toepassing van het derde lid is beslissend de gebruikssituatie op 1 januari van het belastingjaar of, wanneer de belastingplicht later aanvangt, de gebruikssituatie bij aanvang van de belastingplicht. 6.. Indien in de loop van het belastingjaar zodanige wijzigingen optreden dat voor de belastingplichtige bij de toepassing van het derde lid aanspraak ontstaan op toepassing van het tarief voor en minder aantal personen, wordt op schriftelijke aanvraag van de belastingplichtige bij de berekening van de belasting hiermee rekening gehouden. 7.. Voor de toepassing van het vierde lid wordt de hoeveelheid afgevoerd water boven 10.250 m3 buiten de heffing gelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel