Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 37:

Het opleggen van een tegenprestatie

Onderdeel van Verordening Re-integratie en Tegenprestatie Voorne aan Zee 2023

1.. Het college kan een tegenprestatie opleggen welke is gericht op het versterken van de eigen kracht en/of sociaal netwerk voor zover het college deze van toepassing acht. 2.. Geen tegenprestatie wordt opgelegd aan: inwoners die enkel bijzondere bijstand ontvangen; alleenstaande ouders die op grond van Artikel 9a Participatiewet op eigen verzoek een ontheffing van de arbeidsverplichtingen hebben, omdat zij de volledige zorg hebben voor een kind tot vijf; uitkeringsgerechtigden die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn en grond daarvan volledig zijn vrijgesteld van arbeids- en re-integratieverplichting; de uitkeringsgerechtigde verricht parttime werk naar vermogen het maximaal haalbare uren; de uitkeringsgerechtigde neemt deel aan een re-integratietraject, waarmee op de korte of lange termijn wordt toegewerkt naar het kunnen gaan verrichten van algemeen geaccepteerde arbeid; de uitkeringsgerechtigde verricht vrijwilligerswerk naar vermogen het maximaal haalbare uren; de uitkeringsgerechtigde verricht mantelzorg voor minimaal 16 uur per week; uitkeringsgerechtigden waarbij er sprake is van multiproblematiek en het opleggen van een tegenprestatie als niet redelijk wordt geacht. 3.. De tegenprestatie wordt qua invulling en duur afgestemd op de mogelijkheden van de uitkeringsgerechtigde en op de wensen en mogelijkheden van de organisatie die de maatschappelijke activiteit aanbiedt. 4.. Bij niet of onvoldoende meewerken aan de tegenprestatie kan een maatregel worden overwogen.

Rechtspraak bij dit artikel