Visie dagelijkse centra en supermarkten
Dagelijkse centra vervullen een belangrijke rol in het voorzieningenniveau voor eigen inwoners en zorgen ervoor dat bewoners op relatief korte afstand van hun woning dagelijkse aankopen kunnen doen. Daarnaast vervullen dagelijkse centra ook een belangrijke economische (werkgever) en maatschappelijke rol (ontmoeting) voor inwoners. Het is belangrijk om de dagelijkse centra te behouden en een goede spreiding van het dagelijkse aanbod te waarborgen.
Supermarkten zijn vanwege hun trekkracht cruciaal voor het functioneren van dagelijkse centra en daarmee voor de leefbaarheid in wijken en dorpen. Aanvullend aanbod zoals versspeciaalzaken, drogist, slijterij en bloemist, alsmede enige horeca en dienstverlening, maken het dagelijks centrum compleet. In grotere verzorgingsgebieden zijn ook aanvullende branches zoals Mode & Luxe in de dagelijkse centra gevestigd.
Uitgangspunten
Uitgangspunt 1: Supermarkten zijn de trekkers van en horen in de dagelijkse centra.
Voor supermarkten geldt dat deze gevestigd moet worden in of aansluitend op bestaande dagelijkse centra. De trekkracht van een supermarkt is in deze centra onmisbaar en zorgt voor leefbaarheid;
In een stadsdeelcentrum (zoals Geleen) zijn normaal gesproken 3 supermarkten aanwezig (verzorgingsgebied > 25.000 inwoners) , in dorpscentra zijn 2 supermarkten de norm (verzorgingsgebied 10.000-20.000 inwoners) inwoners), in buurtcentra (5.000 tot 10.000 inwoners) is in beginsel ruimte voor één supermarkt die zich richt op de buurt;
Daarnaast is er ruimte voor enkele supermarkten aan de stadsrand (rand van Sittard centrum) en in koopcentrum Makado ; deze supermarkten hebben vaak een groot oppervlak en vervullen een functie voor een groot gebied (AH in Makado en Brugstraat Sittard
Sommige kleine kernen hebben uitsluitend één solitaire supermarkt. Leefbaarheid dient behouden te worden in deze kernen. Dit geldt o.a. voor Jumbo Urmond, SPAR Spaubeek en Albert Heijn Grevenbicht. Beperkte uitbreiding in het kader van modernisering is mogelijk, mits het geen verdringend effect heeft
In figuur 3 (p.16) zijn de dagelijkse centra schematisch weergegeven. Dit vormen de streeflocaties en zijn de plekken waar clustering van dagelijks aanbod gewenst is.
Hoewel actief beleid gericht op verplaatsen van solitaire supermarkten niet wordt gevoerd, dienen alle kansen die zich voordoen om solitaire supermarkten te verplaatsen naar een centrumgebied, te worden benut.
Uitgangspunt 2: Geen ruimte voor nieuwe supermarkten, wel ruimte voor beperkte, kwaliteitsgerichte uitbreiding bestaande supermarkten in dagelijkse centra.
Er is geen marktruimte voor het toevoegen van nieuwe supermarkten. Uitbreiding van het aantal supermarkten is dan ook niet wenselijk. Wel is verplaatsing mogelijk.
Fysieke uitbreiding van supermarkten in dagelijkse centra is mogelijk zolang het om een optimalisatie van de huidige formule gaat, mits ruimtelijk inpasbaar en onder voorwaarde dat d.m.v. een Ladderonderbouwing aangetoond wordt dat het niet leidt tot aantasting van de vitaliteit van andere winkelclusters. Hierbij is oog voor voldoende parkeren.
Bewaakt moet worden dat supermarkten de structuur niet verstoren en een afgebakend gebied bedienen. Er is geen ruimte voor mega-supermarkten die de fijnmazige structuur doorkruisen.
De afspraken -met betrekking tot het uitbreiden en afstemmen van supermarkten- zoals benoemd in de SVREZL blijven gelden.
Uitgangspunt 3: In principe geen uitbreiding solitaire en perifere supermarkten
Supermarkten op perifere en solitaire locaties dragen nauwelijks bij aan de leefbaarheid en het ondernemersklimaat in dorpen en buurtcentra. Uitbreiding van supermarkten op deze locaties is in beginsel niet gewenst en daardoor uitsluitend mogelijk als aangetoond kan worden dat er geen verdringing ontstaat van de supermarkten gevestigd in winkelgebieden (streeflocaties). Het mag in dit geval uitsluitend gaan om een optimalisatie van de huidige formule. In dat geval is een eenmalige uitbreiding van maximaal 10% van het bestaande metrage ( bvo ) toegestaan. Ter verduidelijking, met solitaire supermarkten worden niet de supermarkten bedoeld die als enige winkel in een kleine kern liggen.
Uitgangspunt 4: Buurtcentra richten zich op de buurt
Buurtcentra richten zich op de omliggende buurt en hebben een beperkt metrage voorzieningen: basis-detailhandel (supermarkt, bloemen, slijterij e.d.), basis-horeca (cafetaria, snackbar e.d.) en basis-diensten (kapper, stomerij e.d.).
Uitzondering hierop is het supermarktcluster Fortuna dat als aparte categorie wordt aangemerkt (supermarktcluster). Het verzorgingsgebied van deze twee supermarkten is Sittard-Zuid. Er is geen ondersteunend aanbod toegestaan, aangezien dit niet past bij de grootschalige karakteristiek van de locatie.
Uitgangspunt 5: Ieder centrum heeft eigen kenmerken, kansen en opgaven waar op ingespeeld moet worden.
Optimaliseren en compactiseren dagelijkse centra. Uitbreiding (ruimtelijk-functioneel) van dagelijkse centra is niet gewenst.
Per dorpscentrum keuzes en prioriteiten stellen in de uitvoering; dit kan nader uitgewerkt worden bijvoorbeeld in een centrumvisie.
Wat zijn de risico’s als we hier niet voor kiezen?
Dagelijkse centra (stadsdeelcentra, dorpscentra, buurtcentra) voorzien in de dagelijkse benodigdheden van dorps- en buurtbewoners. Uit onderzoek blijkt dat supermarkten minimaal 10.000 bezoekers op weekbasis trekken2 Bron: DTNP (2021), Trekkersrol supermarkten. Van deze bezoekers legt 40% een combinatie-bezoek af aan een andere winkel, mits deze nabijgelegen is. Daarmee zijn supermarkten cruciaal voor positiebehoud van dagelijkse centra, die zich richten op hoogfrequente aankopen.
Hoofdstuk 03 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.2
Dagelijkse centra
Onderdeel van Subregionaal detailhandelsbeleid Westelijke Mijnstreek 2023 - 2030