**1..** Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitrit op een weg te:
maken;
gebruiken; of
veranderen.
**2..** De omgevingsvergunning voor de uitrit kan worden verleend als:
er nog geen uitrit bij het perceel aanwezig is;
de breedte niet meer is dan drie meter;
er geen onveilige verkeerssituatie kan ontstaan;
de bruikbaarheid van de weg niet op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;
de aanleg niet onnodig ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
het openbaar groen niet op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;
het aanzien van de openbare ruimte niet wordt aangetast; en
het functioneren van aanwezige openbare (nuts)voorzieningen op of aan de weg niet op onaanvaardbare wijze wordt belemmerd of teniet gedaan
**3..** Het college kan in het kader van verkeersveiligheid en het doelmatig gebruik van de uitrit besluiten een bredere uitrit toe te staan met een maximale breedte van vijf meter.
**4..** De maximale breedte van drie meter is niet van toepassing:
op industrieterreinen;
buiten de bebouwde kom.
**5..** Het college kan een tweede uitrit toestaan, mits wordt voldaan aan de voorwaarden uit tweede lid, onderdeel b t/m h en tevens de noodzaak van de tweede uitrit wordt aangetoond.
**6..** Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Provinciale Omgevingsverordening of de Waterschapsverordening.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf
Artikel 2:12
Maken of veranderen van een uitrit
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Rijssen-Holten 2024